In wezen is een mens alleen. Gedachten, gevoelens, beperkingen, dromen kunnen begrepen, vaak zelfs gedeeld worden. Maar ze beleven dat doe je alleen.
Ik heb veel mensen om me heen. Hartsmensen, met wie ik gevoelens deel. Mindpeople, met wie ik van gedachten wissel. Soulmates, met wie ik dromen deel. Vrienden, die mijn gebreken aanvullen. En toch. In wezen ben ik vandaag alleen. Omdat ik van een gedachte, een gevoel, een beperking en een droom vandaag afscheid heb genomen. Afscheid van een dierenfabel.
Op één of ander moment –vraag me niet wanneer- moet ik besloten hebben dat de wereld –mijn wereld- er beter aan toe zou zijn met dieren om me heen. Niet dat ik per sé op een boerderij wou gaan wonen, of wekelijks naar de zoo. Het zit em meer in de metaforen (de grote tijgersprong), de illusies (wilde mustang), jeugdsentiment (seabird, flipper, skippy), de projecties (fijn om het kuiken te zijn), de verhalen (er ging geen dag voorbij). Dierenfabels. Een beetje als: Ik benoem, - "wij zijn"dus "ik ben". Zolang ik me herinner, heb ik mensen, pacten, die me nauw aan het hart liggen “benoemd”. Een naampje gegeven, me eigen gemaakt. Marsipulani, Cornflake, Dolfijn, Elfelf, Otter, Konijn, Inniminnie, Merel, Woody, Eekhoorn.
Een beestenboel, quoi. Om één of andere reden kom ik altijd bij dieren uit. De schaapconventie. Konijnenpijp. Ik ben een vogel. Counting crows.
Maar vandaag, in de jungle van mijn verwarring van mensen die dieren waren maar toch menselijke dingen doen die mij dierlijk slecht doen voelen, ben ik mijn dierenfabel kwijt geraakt.
Als je gevoel verstart, beland je in een stad van beton, bouw ik muren om me heen.
In een stad wonen geen dieren.
Geen fabels meer. ‘Ik beleef je’ is het hoogste van graag zien.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten