donderdag 28 juni 2007

Werchter

Vanmorgen zag ik ze neerstrijken in het station van Leuven. De Werchter-gangers. Met een beetje afgunst keek ik naar nonchalant neergegooide rugzakken, tenten, bbq, en andere festivalgear. Terwijl ik doorsloefte naar het perron voor de trein naar Brussel, hingen zij wat rond, wetende straks aan de “wei” te arriveren, en daarmee vier dagen van de wereld te zijn. Als het blijft gieten zoals de afgelopen dagen, mogen ze hun “wei” wel hebben. Maar toch, alleen al het idee om de vrijheid te hebben vier dagen naar muziek te luisteren en wat te chillen met vrienden…. Aaaaaah, dan is de trein opstappen naar het werk een pijnlijk contrast.
Wat is dat toch? Sinds ik 28 geworden ben, wentel ik mezelf voortdurend in zelfmedelijden dat ik geen 18 meer ben.

Mijn eerste Werchter, was in feite Torhout, alweer 13 jaar geleden. Lynn en ik hadden onszelf uitgenodigd om aan te sluiten bij de tennisboys. Ons tentje stond zelfs al opgezet toen wij met z’n tweetjes op vrijdag arriveerden. Dat het een stekkedoos groot was en dat de appeljenever er al een hele dag had in liggen koken, kon ons toen niet deren. De eerste nacht op een festivalcamping (Freeeeeddy nekhaar), de eerste joint (ben ik nu al high?), de eerste combatschoen tegen je kop (ik voel hier meer van dan van die joint), de eerste keer zwaar stuiken over tentdraden (waarom vind ik nooit mijn eigen tent terug?), de eerste keer zweven boven een veel te vuile festivalwc (kramp, kramp), de eerste keer meedoen aan een watermeloenschillengevecht. Het waren de dagen dat Offspring en Bodycount hoge toppen scheerden. Achteraf gezien ook goed fout allemaal. Dat ik er ook ooit in geslaagd ben om tijdens het optreden van Faithless rechtopstaand in slaap te vallen, leek alvast een voorbode dat mijn gestel niet zo erg bestand leek tegen festivalitis. Maar er kwamen toch nog vele Torhouts en Werchters met oa Alanis Morissette, Sheryl Crow, Counting Crows, Ben Harper, Eels, Coldplay…een beestig goed concert op een wei met een goei pint beleven, blijft toch een fantastisch iets. Kaiser Chiefs, Bloc Party, Joan as Policewoman. Dat zou mijn Werchter top drie van dit jaar zijn. Gelukkig heb ik die toevallig ook op mijn i-pod staan. En zal ik daar vanavond een goeie pint op drinken.

woensdag 27 juni 2007

Verlangen is een context van zijn

Soms, soms lees je iets, en blijf je een tiental keer dezelfde paragrafen lezen. Omdat het lijkt alsof iemand in je hoofd even is komen kijken, en daar de woorden heeft geordend, die je zelf nooit zo neergeschreven zou kunnen hebben. Ik denk dat daar het verschil zit tussen mensen met schrijftalent, en mensen die een blog hebben ;-)
Die laatsten kunnen gewoon overnemen wat andere geniale koppen neergeschreven hebben, en in de waan zijn dat iedereen vrij is om zich woorden, zinnen, paragrafen toe te eigenen.

Hierbij de bewuste paragraaf. Ben blij dat ik em toch even kan “lenen”, al wou ik stiekem dat ik em zelf had neergeschreven.

Verlangen is een context van zijn.

Neen, ik ken mezelf niet. Althans niet helemaal. Ik weet niet precies wie ik ben. Ik ben niet evenwichtig maar juist zeer variabel. Afhankelijk van omstandigheden, zou je kunnen zeggen. Ik voel mezelf geliefd, maar veel zekerheid omtrent mezelf geeft me dat niet. Ik zie mezelf als een archivaris die alle facetten van zichzelf zorgvuldig verzamelt en alle door elkaar lopende ikjes aan elkaar rijgt tot een kleurige ketting. Anders dan ik als kind fantaseerde of als puber beweerde, vermoed ik nu dat ik die verschillende, soms tegenstrijdige aspecten van mijn persoon zal moeten dulden. Ik wil geen definitieve houvast. Ik voel niet langer de onstuitbare drang om een afgelijnd imago van mezelf te presenteren.

Ik presenteer mezelf in de dingen die mij omringen, in de gebeurtenissen die zich in mijn leven voltrekken, in mijn werk, in de daden die ik stel. Ik herken mezelf in de mensen die ik ontmoet, in de mensen die ik bemin. Ik ben geen synthetische eenheid van uiteenlopende referentiepunten, maar eerder een bruisend energieveld van dissonante lijnen door elkaar. Soms ben ik het breed uitdeinende zich overal thuis voelende zelf, soms het enge, samengetrokken in elkaar gedoken zelf. Het is zo wisselend dat het verwarrend is. Maar er is geen uitweg naar een éénduidige oplossing. Ik ben Ariadne niet, die met een rode draad het labyrint ontvlucht. Ik ben het labyrinth.

Soms is mijn zelf er wel en soms weer niet. Soms duikt het op en stuurt het mij met felheid waar ik bang van word, in een nieuwe richting. Soms verdwijnt het en laat mij doelloos achter.
Mijn zelf is een veelheid aan emoties. Het is een verlangen van zijn. Meer nog, het verlangen bepaalt mijn zijn. Het is de drijfveer van mijn tocht door het leven, als een nomade. Een nomade zwerft rond, nooit alleen, steeds onderweg naar plaatsen.

Een vreemde eend in Afrika

Zaterdag vertrek ik voor het werk naar Marokko. Van alle continenten, spreekt Afrika mij het minst aan. Of Noord-Afrika tenminste. Of Islam-landen. Ik weet het niet zo goed. Maar feit is, ik loop niet warm voor mijn vertrek naar Marokko.

Ik probeer nochtans wat “Afrika-feeling” op te doen. Het boek “een vreemde eend in Afrika” werkt alvast aanstekelijk. Maar dat heeft meer te maken met het feit dat het het relaas is van twee Vlaamse gasten die gewoon vollebak voor het avontuur, voor hun droom zijn gegaan. Daar ben ik altijd voor te vinden. Met een 2 pk, "een geit" dwars door Afrika trekken.
Gert Duson schrijft: “Het verhaal is in de eerste plaats geschreven voor hen die –net als ik- op een grijs kantoor in de stad werken en dagdromen over de grote ontsnapping aan de dagelijkse plichten, over een onderdompeling in vreemde culturen, vreemde continenten en over Avontuur met een grote ‘A’.
Daarmee heeft Gert meteen mijn aandacht. Leuk boek. Knap project. Dromen najagen. Het is een lastig virus, dromen najagen. Ik ben een dromer, en dat is soms best vermoeiend. Gelukkig is het fijn optrekken met “mede-dromers”. Ik hoop ze na Marokko weer te treffen. Daar hebben de Gentse Feesten hun bestaansrecht voor.

“Misschien zal het jullie inspireren tot jullie eigen avontuur”, besluit Gert.
Het "ik" is een nomade. De nomade is de zwervende mens die plezier schept in beweeglijkheid, zowel van zijn als van denken, is een quote uit een ander boek dat me altijd is bijgebleven. Ik zal dus eens gaan “zijn” en “denken” in Marokko. Wie weet welk avontuur er uit de bus komt… :-)

http://www.brussels-capetown.com/nl/default.htm

dinsdag 26 juni 2007

Barcelona

Berichtje binnengelopen uit Barcelona:

Natasha gaat in het kader van haar werk opleiding geven in India, waardoor haar leuke flat in het centrum van Barcelona twee maanden vrij komt. Wie zin heeft om voor een "vriendenprijsje" een flat te huren ergens tussen 1 augustus en 21 september, stuur een mailtje naar ncasteleyn@hotmail.com

Zomer boekentip (gelinkt aan Barcelona): Eduardo Mendoza: De stad der wonderen.
Leukste Barça film: L'auberge espagnole.
Absolute must: de champagnería, calle Reina Cristina, vlakbij Barcelonetta.

Wie heeft er eigenlijk trouwens nog mijn reisgids van Barcelona, die ik ooit weer eens heb uitgeleend?

Bakvis


Gisteren naar Jericho gekeken. Alleen al de naam intrigeerde mij. Maar daar kwam al gauw hoofdrolspeler “Jake” ook bij. Jongens als Jake –ze zijn niet dikbezaaid, ik geef het toe- weten me in vervoering te brengen. Niet omdat Jake gedoemd zal zijn zijn dorp Jericho van de ondergang te redden, maar omdat Jake zo’n type “Dylan” is. Wat mysterieus, gekweld, schijnbaar nonchalant. Warrige haren, hese stem.
Dan komt de bakvis in mij boven. Ik dagdroom nu dus van Skeet Ullrich (in het diepst van mijn gedachten, scheur ik nu al mee in zijn corvette over route 66), zoals ik vroeger alleen op donderdag de twee uur Latijn overleefde omdat er ’s avonds Dylan was. Beverly Hills 90210. Ik had het nochtans eerst voor Brandon, want die schreef voor de schoolkrant, en ook ik wou journalist worden. Maar Dylan was een surfer, én had een speciaal littekentje aan zijn wenkbrauw. Dat vond ik nog cooler.
Een beetje later ontdekte ik Tour of Duty, en had ik toch terug een boon voor de journalist. Al was het in dit geval journalist-e, want veel meer dan voor die stoere mannen in legeruniform, had ik het voor oorlogscorrespondente Alex. Wat ik van die periode overhou, zijn teveel Tour of Duty CD’s, en de eerste keer dat ik mezelf de vraag stelde of het niet een beetje raar is dat ik meisjes altijd leuker vindt dan jongens. Sinds Alex van Tour of Duty ben ik meisjes altijd maar leuker en leuker gaan vinden (ja, ik ontdekte ook Baywatch :-)). En toch. Ik kon het niet laten, met mijn onlangs opgelopen Grey’s Anatomy verslaving heb ik in mijn kamer McDreamy opgehangen. Eens bakvis, altijd bakvis.

http://www.cbs.com/primetime/jericho/

zondag 24 juni 2007

Connie

Het eerste boek dat ik van haar -Connie Palmen- las, swept me off my feet. Er was mijn leven voor "De Vriendschap", en mijn leven na het lezen van "De Vriendschap".
Connie Palmen heeft voor mij lang een status van ongenaakbaarheid gehad. Er volgde nog I.M., en ook "Echt contact is niet de bedoeling", een boek dat, telkens ik het ter hand neem, me in een andere wereld brengt.
Dat is heel wat. Niet zo heel veel mensen kunnen me in een andere wereld brengen. Connie kan dat, of beter: kon dat.
Want het heldenstatus dat ik haar toegeschreven had, begon te tanen, nadat ik haar enkele keren live of op televisie zag. De magie van haar woorden verdwenen in de walm van hooghartige afstandelijkheid. Met haar boek "Geheel de Uwe" ben ik afgehaakt. Maar achteraf gezien kan dat ook te maken hebben met het feit dat ik van Maud dat boek gekregen heb ;-) Maar haar wartaal -ze bleek ook later een alcoholprobleem te hebben- bleef me intrigeren. Mensen die warrig zijn, een warkop hebben - zij, net als ik ook letterlijk- ze doen me iets.
En nu ik net een paragraafje uitgelicht zie uit haar nieuwe boek -Lucifer- denk ik dat de liefde weer opgeflakkerd is.

Uit: Lucifer

‘Sommige mensen kunnen in een oogopslag een hele omgeving in zich opnemen, maar dat kan ik niet. Eerst moet ik de verlegenheid en lichte weerzin tegen onverwachte ontmoetingen overwinnen om gehoor te geven aan de roep van de wereld en eropaf te koersen. Worstelend met die tegenstrijdigheid kon ik alleen de straat oversteken door mijn ogen strak gericht te houden op de man die zijn hand de lucht in stak en me daarmee persoonlijk lonkte en leidde.Zo liep ik op die dag in juli naar het kleine gezelschap toe. Ik wist niet dat ik op dat moment op mijn verhaal afstevende en dat daar, op een terras in Amsterdam, de speurtocht begon die me een jaar lang volledig in beslag zou nemen. Het zou een tocht zijn langs de afgronden van een turbulent huwelijk en een evenzo turbulente tijd, een zoektocht naar de betekenis van een eenzame zin in een dodenadvertentie en van een kunst die zelfs atheïsten in het bestaan van God doet geloven: de muziek. Afstevenen op een verhaal is een misleidende uitdrukking, alsof een verhaal kant-en-klaar op straat ligt en opgeraapt kan worden. Zo is het niet. Verhalen worden gemaakt en juist daarom zijn ze interessant. Alles wat gemaakt wordt onthult de maker.’

www.conniepalmen.nl

Hoe ze het doet, weet ik niet. Maar ze heeft me weer helemaal. Kon ik morgen maar naar de boekenwinkel rennen, en me met Lucifer weer in een andere wereld laten brengen.

Mijn meest intense ik-beleving: tegenstrijdige dualiteit. Ik denk dat het dat moet zijn, waarom ik Connie als een bondgenoot zie. Ze is een meester in het beschrijven en analyseren, het ontrafelen, van tegenstrijdige gevoelens, gedachten en wensen. Dat is een godsgeschenk voor mensen als ik.

poëzie in mei


In mei had ik een poëtisch moment.

TITO

Het is vooral, denk ik,
Hoe je daar ligt,
Om je heen kijkt,
En altijd weer, rust lijkt te hebben
In de dag,
’s ochtends vroeg al, uitkijkend,
blij om wat is.
(nooit vragen om wat niet is)
’s avonds laat nog, beschouwend,
dat vandaag weer mooi is geweest
(zonder nostalgie).
Tussen twee dromen door,
blijf jij doorhuppelen;
ik niet; ik slenter, ren,
kijk links achterom, rechts vooruit,
en trap of trappel soms maar door,
(al huppel ik soms ook wel graag).

Het is denk ik,
Hoe je me vertedert;
Hoe je stijlvol languit gestrekt je konijnenrijk overschouwt: vrede met je zijn.
Hoe je door me heenkijkt als ik rusteloos langskom,
en je speelse blik me rustig maakt.
Hoe je me lachen doet wanneer je vrolijk aangehuppeld komt.

Ze zeggen dat je maar een konijn bent,
Maar voor mij ben jij meer
Je bent soms alles wat ik niet opbrengen kan;
Vrolijk, lief, trots, berustend.
Het mooiste van zijn,
denk ik.

Goedele ... en Flair

Oproep: tof magazine gevraagd.

Het is vooral wanneer je lang onderweg zal zijn, dat je weet: leesvoer is levensnoodzakelijk. Naast boek en krant, hoort daar een goed magazine bij. Om dan telkens -na drie kwartier ronddesteren in de krantenwinkel- te beseffen: in Vlaanderen is er geen tof, deftig magazine meer. Humo? zielig. Dag Allemaal? opperzielig (maar sterkste stijger op de markt!), P-magazine (tja, 't is dat de artikels de foto's verbrotten). Woef misschien (maar ben allergisch aan honden), of Milo (verkeerde doelgroep). Libelle! De dag dat ik Libelle koop, kan het alleen maar steevast bergaf gaan met me. Zizo? (geeeeuw), Glam*it? (uitgelezen in 7 seconden), Knack? (ingewikkeld is geen synoniem voor interessant).
MO*. De MO* moet ik hier natuurlijk wel even vermelden. Met de MO* is niet alleen ook J&J begonnen, met MO*'s voorloper (De Wereld Morgen), is het voor mij zelf ook allemaal een beetje begonnen... Goe boekske, interessante site (www.mo.be) voor al wie "globaal" wil lezen, maar niet de lectuur die je mee wil onderweg ...
Goedele. Ik richt al mijn hoop op Goedele. Don't let me down, Goedele! Maar één tip: change the fuckin' name. GOE-DE-LE??!!

Berichtje uit de oude doos: "Flair" (20/01/07)

Vanop de toonbank schreeuwt de kop me toe. “ Kom klair met Flair”. Een vlugge blik op het glossy blad leert me dat het de dag van het orgasme is. En dat mag al eens gevierd worden. Met een mini-dildo aangeboden door Flair.
Ik blijf net iets te lang naar het blad staren, zodat de verkoper me bemoedigend toeknikt. Maar het is geen gène die me ervan weerhoudt dit weekblad te kopen.
“Kom klair met Flair”. Menen ze dat nu echt? Zelfs een kleuter kan op die manier rijmen! Ik betaal vlug mijn krant en haast me uit de winkel.

Ook wij hadden thuis een abonnement op Flair. Ik keek steeds reikhalzend uit naar de stukjes van Tomas Siffer. Er stond al eens een leuk interview in met een interessante vrouw, of een aanstekelijke reisreportage.
Dat lijkt al weer jaren geleden. Ook de Flair gaat mee met haar tijd! Alleen jonge, echt vooruitstrevende vrouwen, begrijpen waar er nood aan is. Aan leuke, spitsvondige artikels voor en door de vrouwen van 2007. En dus krijg ik voorgeschoteld wat de vrouw van vandaag wil. Sex en slank. Duizenden tips, honderden getuigenissen. Helemaal voor mij! Lezeressen klappen uit de biecht. Lezeressen geven zich bloot.
Is dat zo, vraag ik me af? Ik zie het al voor me. Redactrice van de Flair pikt willekeurig nummer uit het telefoonboek en belt op: hallo, leest u Flair? Geweldig! Wilt u in uw blote kont in ons boekje staan? Tof! Kan u ook getuigen over hoe uw man u best bevredigt? Dat doe ie niet? Nog beter! Ik kom eraan met fotograaf!

En de wekelijkse gadgets. Wat een vondsten elke keer! Flair weet wat vrouwen nodig hebben. Jonge, dynamische, carrièremakende vrouwen die al nippend van hun martini klaarkomen terwijl hun baas hen net hun zevende orgasme van de dag bezorgd heeft, zullen ze straks, na de spinning en het chatten met de vriendinnen, gelukzalig met Flair onder de dons kruipen.

Wat een brol allemaal. Hoeveel zever kan er zo in printvorm verschijnen, mijmer ik terwijl ik de voorbijgaande huizen bekijk. Wonen daar al die vrouwen die Flair lezen?

Misschien ben ik weer aan ’t doordrammen. Flair doet toch niemand kwaad? Die mensen doen toch maar gewoon hun job. Sex sells! Wees niet zo verdomd politiek correct, saaie trut!
En toch. Toch kan ik het niet laten. Ik moet het hem eens vragen.
Tomas Siffer, wordt het niet eens tijd dat jij daar eens uit je pijp komt?
Een man aan het hoofd van een vrouwenblad. Zou dat niet helpen?

yoga - nordic walking

Vorige week had een collega het over het feit dat ze met yoga ging starten. Yoga is de oplossing voor haar stress-probleem.
Aan al wie die mening toegedaan is, hieronder het relaas van mijn eerste - en enige- yoga-les, van nu toch al enkele maanden geleden. Ik dacht dat yoga ondertussen al out was. Nordic walking, dat moeten we doen! Iemand daar al ervaringen mee?
Ik begin aan niets zen-achtig meer, zonder voorafgaand diepte-onderzoek. Alles met luidruchtige ademhaling schrap ik meteen van de lijst. En alles waarover Ingeborg al een boek geschreven heeft, ook.


30/09/06

Ik moet dringend wat aan mijn stress gaan doen. Zen zijn is het doel. Dat is tegenwoordig “in”, dat weet ik wel. Maar toch. Het kan nooit kwaad om wat rust in je leven in te bouwen. Eens je dat voornemen aan anderen bekend maakt, word je overstelpt met goeie raad. Dat aquajogging toch zo goed is voor je lichaam, dat taichi zo ontspannend is. En dat ik nu toch echt eens een abonnement op de fitness moet gaan nemen. Ik luister enthousiast en wil liefst van al meteen al alles gaan uitproberen. Maar als ik maandag ga aquajoggen, op dinsdag taichi doe en op woensdag naar de fitness ga, dan ik tegen donderdag zo kapot dat er van het beoogde ontspannende effect ook niet veel in huis zal komen.
Yoga. Yoga is de oplossing. Dat is niet alleen goed voor je lichaam, ik zal er ook leren echt ontspannen te zijn. Het anders aan te pakken. Niet langer ongeduldig te zijn, en me niet meer opjagen in dingen die ik toch niet kan veranderen.
Waar heb ik al die tijd opgewacht? Yoga, ik kom eraan!
En zo geschiedde. Na wat googelen vind ik een yogacentrum in de buurt. Van de website begrijp ik niet zoveel, maar ik ben dan ook een leek. Schrijf snel in, want de plaatsen zijn beperkt! Ik rep me naar de bank, want ik moet eerst nog geld zien af te halen. 250 euro lichter stap ik blij het centrum buiten. Hier gaat het gebeuren. Vanaf volgende week word ik hier begeleid naar het zen zijn. Het komt allemaal voor de bakker. Maandag 18u. Als ik nu niet meteen mijn computer dichtgooi en het werk laat voor wat het is, kom ik al te laat op mijn eerste yogales! Ik haast me naar mijn auto. Shit, autosleutels liggen op bureau. Ik ren vier verdiepingen trappen op – de lift liet op zich wachten- en graai de sleutels mee. Te laat merk ik dat zich aan mijn autodeur een grote plas heeft voorgedaan en rij zo met een doorweekte linkervoet richting autostrade. Accident gebeurd. Ring potdicht. Dan maar zonder eten rechtstreeks naar de yoga. Hehe, ik heb het gehaald. Enkele kaarsjes moeten ons in de juiste stemming brengen. De yogi heet ons welkom en lacht ons bemoedigend toe. Hier gaat het gebeuren. Hier ga ik het licht zien. Maar het enige dat ik zie, is dat ik ferm uit de toon val in mijn jeans. Onze yogaleraar is een knappe man van eind vijftig die één en al rust en gelukzaligheid uitstraalt. Dat belooft. Ik probeer aandachtig zijn inleiding te volgen, maar het enige dat ik hoor is mijn onregelmatige hartslag die niet wil dalen. Het maar weer nipt inorde krijgen van dat rot programmaschema op het werk zal daar wel voor iets tussen zitten. Na de inleiding wordt het muisstil. Het is tijd om even stil te staan bij vandaag. Even alleen maar ‘zijn’. Terwijl iedereen lijkt op te gaan in de stilte en zijn ogen sluit, probeer ik krampachtig mijn grollende maag te bedaren. Die verdraagt het uitstel van het avondmaal maar knorrig. Enkele mensen kijken even om. Gelukkig is het tijd om ons op het ademhalen te focussen. Een juiste ademhaling, zo belooft de yogaleraar ons, doet wonderen. Ik volg aandachtig zijn aanwijzingen. Wanneer het onze beurt is, schrik ik mij kapot door de luide snuivende en piepende uithalen die mijn buurman uit zijn strottehoofd weet te slaan. Ik word gek van al dat geademhaal in mijn buurt. Heeeelp, ik wil hier weg. Maar ik heb nog anderhalf uur te gaan. Gelaten volg ik enkele yogabewegingen, maar mijn oogleden worden steeds zwaarder. Ik verlang naar mijn bed. Ik zal daar wel zen gaan wezen.

De Wonderyears

Het is zondag. Ik hou niet van zondag. Nooit gedaan. Ik lijd aan de zondagblues. Hoe dat komt, dat weet ik niet. Maar het slaat toe, elke zondag weer. De ene keer al heviger, soms ontsnap ik eraan. Als het maandag vakantie is ofzo J. Ik denk dat je op zondag gewoon voelt dat je liefst van al wat kuiken blijft. Maandag is: opstaan, de werkweek beginnen, verantwoordelijk, verstandig, efficiënt (liefst alle drie tegelijkertijd) zijn, ambities waarmaken.
Terwijl ik eigenlijk nog liefst van al op maandag gewoon erop uit zou willen gaan. Een beetje op kamp-meets-Friends-meets-Peking Express. De geïdealiseerde wereld van vrienden, bubbels, surfen, BBQ, kletsen, lachen, spellekes spelen, avontuur. Vrij zijn. De wonderyears. Maar nee, maandag is: To Do lijstjes bovenhalen. En ik lap het mezelf gewoon. Ik zou beter stop doin’ lijstjes maken. Maar zo werkt het niet. Want meestal, als het dinsdag wordt, ben ik ook alweer vertrokken. Wil ik ook wel ambities waarmaken.
Maar goed. Ooit vertrek ik weer op “kamp”. Trek ik erop uit, in het verhaal dat al elke week op zondag in mijn hoofd langskomt.
Maar in juli gaan we alvast op reis. Op reis gaan, dat is het. It’s about Living the Life you Love. And Loving the Life you Live.

De wonderyears: With a little help from my friends...
Mijn Beste boek om te ontsnappen uit zondagblues:
Uit “De Nomade” (Christine Lafaille):

In dit verhaal had ik heimelijk willen binnensluipen. Liever dan zelf het woord te nemen, en te vertellen over personnages en gebeurtenissen, was ik één van hen geweest over wie verteld werd. Dan was er geen begin (want waar beging een verhaal?), maar een verloop ervan, en was ik niet diegene van wie het verhaal uitgaat, maar een deel ervan.
Liever dan zelf te spreken, zou ik willen dat het verhaal rondom mij dobberde, uitgebreid als een rustige, diepe, eindeloos – open transparantie waaraan iedereen interactief deel kon nemen, zodat ik mij gedragen voelde door de verlangende woorden die ik zelf niet heb uitgevonden.

Hamse Wuiten

Vanmorgen ging ik lopen. Op zich niets wereldschokkends. Ware het niet dat ik bij rondje drie rond de vijver in het provinciaal domein plots een Vlaamse gaai zag. Een wat? Hoor ik je denken. Een Vlaamse gaai – ofte Hamse Wuiten. Het symbool van ons, Hammenassen, quoi. Moet je weten, in mijn 28 jaar, waarvan toch wel 18 jaar in Hamme gewoon te hebben, heb ik dat beest- die Hamse Wuiten- nog nooit in levende lijve gezien. In alle andere gedrukte, opgezette, tentoongestelde versies wel. Hamme hangt er vol van. Het is iets met een legende van een Vlaamse gaai die meegenomen werd door de Vikingen, maar nog weigerde te praten. Pas toen ie opnieuw langs de Schelde Hamme passeerde, begon de Wuiten terug van zijn tak te maken. Bon, ik heb dat nooit een bijzonder heldhaftige legende gevonden. Maar toen ik vanochtend plots knal op een meter afstand die Hamse Wuiten zag, stond ik perpleks. Ik wist meteen dat het een Wuiten was (die duizenden afbeeldingen hebben toch hun effect gehad). Wat een felle, mooie vogel. De Hammenassen hebben dat dan toch goed gezien om die tot hun symbool uit te roepen (geef toe, een strop is nu ook niet meteen sexy).
En zo komt het dat een mens al eens op zondagochtend bij het zien van een vogel zich wat existentiële vragen begint te stellen. Het maakt inderdaad veel uit waar je geboren bent, en meer nog waar je opgroeit. En vooral hoe en wanneer je je vleugels uitstrekt, waar je je zelf dan nestelt. In je heden huist ook veel verleden. Mijn haat-liefde-relatie met Hamme zal wel altijd blijven, maar goed, met deze sterke vogel- die Hamse Wuiten- wil ik mij wel identificeren.

Meer over de Hamse Wuiten: http://www.worldexplorer.be/vlaamse_gaai.htm
En over de Hamse Wuitens:
http://www.belg.be/leesmeer.php?x=3785

To blog or not to blog

“A goal is a dream with a plan.” Las ik in Amsterdam (16/06/07). De zin bleef door m’n hoofd malen. Dat overkomt me wel vaker, dat zinnen, woorden, flarden gesprek in m’n hoofd blijven hangen. Je leest, hoort, ziet, voelt zoveel interessante of intense dingen. In boeken of de krant, op café met vrienden, onderweg zijn. Een flits, momentopname. Je beleeft het. En dan, dan is voorbij. Het is het voorbijgaan, het loslaten, denk ik, dat me soms melancholisch maakt. All I want is everything. Zo weinig uren in een dag, zo weinig dagen in een week. En zoveel te beleven, zoveel mensen te zien, zoveel interessants te lezen, zoveel golven te surfen, zoveel dromen te realiseren. Dus race ik liefst van hier naar daar. En neem ik soms te weinig tijd om dingen langer te beleven. In me op te nemen, vast te houden.

A goal is a dream with a plan. Drie van “mijn” woorden… goal… dream…plan. Ik speelde al langer met het idee om weer iets met schrijven te doen. Schrijven, voor mij een goal, een dream. Het is ook mijn manier om bij dingen even stil te staan, wat structuur aan te brengen, wat te mijmeren. Het plan was geboren …een blog! Ik wil af en toe wat schrijven, maar niet in het ijle. Dat was zo super aan de grensstamper-site. Het gastenboek. Mensen, vrienden, die reageerden. Ja, een grensstamper-blog, dat lijkt me wel wat. Niet alleen voor als we op reis zijn, maar gewoon, ook hier wil ik graag grensstamper zijn. Belevenissen vastleggen, gedachten verwoorden. Schrijven is blijven. Een blog dus. Hier is ie.
Grensstamper is back in business. Blijf gerust even hangen, en vooral: als je zin hebt, grensstamper gewoon mee door een berichtje te laten.
See you,
Jess

PS: voor wie het vergeten is: grensstamper:

*"Grens": uiterste rand of kant; dat wat bepaalt; punt waarin een lijn, lijn waarin een vlak, vlak waarin een lichaam eindigt; standvastige grootheid waartoe een veranderlijke grootheid zo dicht mogelijk kan naderen, maar waaraan deze nooit gelijk kan worden; limiet.
"Stampen": door stoten kleiner of fijner maken; de voet met kracht neerstoten, zodat het luid klinkt.
"Stamper": persoon wiens werk het is iets te verfijnen; Bambi-konijn; plantkundig: zich in het midden der bloem bevindend vrouwelijk orgaan, gewoonlijk uit vruchtbeginsel, stijl en stempel bestaande, dat na de bloeitijd tot vrucht uitgroeit.
(Uit: Van Dale)