vrijdag 28 december 2007

tiramisu

Of hoe samen tiramisu eten een beetje is als houden van...

(N: een vriend vatte het ooit eens heel mooi samen: "vluchten met z'n tweeën is leuker dan alleen" - denk daar maar eens over na)
Leve het PlanDeMan! En leve de voorprogramma's! :-) (ik zet hier bewust geen knipoog want dat is jouw ding :-)) )

(vrij naar Connie Palmen:)

Ik hou van tiramisu, maar hij mag niet te koud zijn en niet te warm. Op sommige dagen hou ik helemaal niet van tiramisu, ook al is hij niet te koud en niet te warm en dan weet ik niet waarom op die dag de tiramissu me tegenstaat.
Dit heb ik met meerdere dingen waarvan ik hou. Om onverklaarbare redenen hou ik er soms niet van.

Ik hou veel te veel van wat slecht is. Ik hou van veel drinken, veel roken, van hard autorijden en soms vind ik het heerlijk om mij te laten vallen voordat ik over mijn schouder gekeken heb om te zien of er iemand staat die mij op zal vangen. Maar ik hou niet van dronkenschap, kanker, ongelukken met dodelijke afloop of van alweer een gat in mijn hoofd, dat niet.

Ik hou er werkelijk zeer veel van om veel van iemand te houden en ik houd ook van de verschillen tussen die liefdes en om erover na te denken hoe het zit met die liefde voor net die ene, voor een stel anderen, voor familie, vrienden, voor voorbijgangers en blijvers, voor eten en drinken, voor kennis en voor het schrijven en voor het raadsel waarom ik soms niet hou van alles waarvan ik hou.


(nog steeds CP:)

Ik heb geen favoriet citaat, noch een favoriete filosoof. Citaten die me ooit begeleidden zeggen me nu niets meer of ik denk inmiddels dat het tegendeel dichter in de buurt van de waarheid komt dan ik jaren geleden durfde te bevroeden. Zo liep ik lang rond met Jean-Paul Satres adagium: “De mens is wat hij van zichzelf maakt”, en ik heb met die illusie wellicht mijn profijt gedaan, maar intussen toch wat meer beperkende erfelijkheid, bevrijdende wanhoop, moeilijk te vatten invloeden en dus determinisme toegelaten als verklaring voor het menselijke en dus ook mijn eigen gedrag. Daarmee wil ik Sartre niet op de vuilnishoop van onnutte kennis gooien. Nog steeds dendert zijn ‘wie kiest, kies voor allen’, ‘de daad van de enkeling bindt de hele mensheid’ en ‘de mens is gedoemd tot vrijheid’ door mijn hoofd, net als alle andere varianten van Kant, die allemaal weer teruggaan op de zegswijze ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet’. Voorwaar een zware wet, maar de enige die ik me dagelijks voor de geest haal en die ik ook iedere dag meerder malen schend, waardoor het weer interessant wordt erover nat te denken waarom hij zo moeilijk na te volgen is. “Want de mensen zijn zich wel bewust van hun daden en hun verlangens, maar de oorzaken waardoor zij ertoe worden bestemd iets te verlangen, kennen zij niet”, zegt Spinoza, bij wie ik sowieso vaak te rade ga om de magie van de eenvoud te ondergaan.

Zonder fictie valt niet te leven. Als je het eenmaal weet zie je het overal en kun je het gemakkelijker bij jezelf erkennen. Dan heb je een instrument in handen waarmee je kunt analyseren welke zogeheten ficties je eropna houdt, die geen enkele realiteitswaarde hebben, maar die er wel voor zorgen dat jij een standpunt inneemt, dat je je leven op een bepaalde manier inricht en waarom je dat zus of zo doet. Het is in zekere zin de manier om minder te lijden onder het conflict tussen vrijheid en gebondenheid, want volgens de filosofie van het alsof kunnen we alleen het goede tegenover anderen doen als we handelen alsof we vrij zijn, alsof de grondregels van het eigen gedrag natuurwetten zijn waaraan iedereen onderworpen is.

maandag 24 december 2007

smijten zoals 't moet

nu is 't zeker:
http://www.stubru.be/node/43706

SISKA FOR PRESIDENT!!!!!!
(i'm in love)

Birdie

gevonden! geen snowscan, maar slowscan...
in november nog voorprogramma in AB
kleine voorspelling: doorbraak in 2008
(DelaVega meets PJ Harvey)

http://www.myspace.com/slowscan

(This could have been you, birdie :

Make a circle in the sand
Make a halo with your hand
I'll make a place for you to land.

As always I'm running
it was time to leave
the summer's gone
and so are we.

or are miracle people with marvelous hair
connected through electrical air? )

Mega Cindy

Dit zijn gewoon helden. YIIIIIIIIIHAAAAA.
Peter, mijn favoriete bruistablet.

http://www.stubru.be/node/43323

Ha Ka Dosh

Be - zijn in het hier-en-nu
Believe - geloof in jezelf
Accept - Zeg ja! Bij twijfel: Doen!

Zijn in het hier-en-nu, omhelst dat je alles loslaat. Je gaat niet plannen, maar reageert op de dingen die gebeuren. Improvisatietheater laat ons de paradox ontdekken dat je een situatie onder controle hebt door de controle over de situatie los te laten.
'Zijn' is de este stap die nodig is om te 'doen'.

Geloven in jezelf... Als acteur zet je verschillende personages neer, personages die geloofwaardig moeten zijn. Hoe gek, serieus of bizar je personage ook is, alles valt of staat met je eigen geloof in je personage. Als je het met overtuiging brengt, gaat je publiek met je mee.

Accepteren wat er wordt aangeboden is hierbij een belangrijk onderdeel. Ja zeggen tegen de utidagingen brengt je een stuk op weg. Je kans soms op je bek gaan, dat vraagt durf. Als je het doet, doe het met stijl!


Be, Believe, Accept. Leen haar tekst sloeg aan. Heb me ingeschreven voor de vervolgcursus impro. Hell Yeah!

zondag 23 december 2007

ear candy

omdat radio zo ontzettend fijn kan zijn
en omdat siska zo ontzettend snoepi is

http://www.stubru.be/node/42940

Veerle

Zegt Veerle:
"Ik merk ook al veel vaker dat het geluk in kleine dingen zit. Gisteren zat ik hier op de bank te lezen, ik voelde weer zo'n onrust opkomen en ik dacht: 'neen, stop! Kijk nu eens. Je zit een fijn boek te lezen, het stormt buiten...' ik heb efkens geluisterd en gevoeld: hé, maar dit is goed."
"Dat soort kleine kleine ingrepen helpt om niet in het grote dramatische denken terecht te komen: 'Hoe moet het nu verder? Ik wil dit, maar ook dat, en allebei gaat niet...' Ik wil alles zo graag meteen oplossen, of toch minstens een beetje visionair zijn en weten hoe ik er over vijf jaar voorsta.
Ook al was de neiging om met het weer méé te gaan stormen groot, ik heb mezelf toch mooi afgeremd."

vervolgt Veerle (in een vorige Humo):
"Ik moet altijd iets doen. Ik wil de-mooiste-wandeling-van-mijn-leven maken, of het-beste-gesprek-aller-tijden voeren. Die hoger zit er nog altijd. Die grote goesting in het algemeen. Daar doe je niks aan. Veel prikkels nodig hebben, hè, heel veel prikkels."

Heeft ze het even over Freya, wat ook uitermate boeide -

blikt ze terug op vroeger:
"Ik was thuis de oudste. Dat speelt een grote rol. Mijn ouders hadden geen gemakkelijk huwelijk. De alles aanvoelende spons die ik ben, heeft dat natuurlijk allemaal geabsorbeerd. Ik doorzag de grote discrepantie tussen de innerlijke en de uiterlijke wereld bij ons thuis constant. Ik voelde het verdriet van mijn moeder. Ik moest altijd een beetje een hoge staat van alertheid hebben voor wat er die dag in het gezin zou gebeuren. Die dierlijke alertheid zit er nog altijd in, wat goed is, maar het zorgt ook voor extra stress en vermoeidheid en het maakt het moeilijk voor mij om tegen mezelf te kunnen zeggen: oké, rust nu maar."

Om tenslotte te eindigen:
"Spelen doe je altijd in een groep; je moet altijd eerst iets geven en dan krijg je iets terug. Als ik hier thuis iets in mijn eentje doe, dan kan ik echt blij zijn dat ik dat helemaal voor mezelf doe. Daar krijg ik energie van. Dat is een manier van voor mezelf te zorgen, even niet moeten meegaan in een ander. Even kunnen zeggen: dit is helemaal van mij."


Ja, Veerle Dobbelaere weet het wel te verwoorden. En zo wandelen Veerle's quotes al een tijdje in mijn hoofd.

dinsdag 11 december 2007

western estaffania



it's nice to have you back
it's even nicer you brought Toohey and Ripcurl

vete hacer puñetas
las olas nos esperan


Grijs

Het mooie tussen zwart en wit

Grijs
Grey's
Grace
Bubbly Face (Colbie Caillat)

I've been awake for a while now
you've got me feelin like a child now
cause every time I see your bubbly face
I get the tinglies in a silly place
It starts in my toesand I crinkle my nose
where ever it goes I always know
that you make me smile please stay for a while now
just take your time where ever you go

The rain is fallin on my window pane
but we are hidin in a safer place
under covers stayin safe and warm
you give me feelins that I adore

It starts in my toes
make me crinkle my nose
here ever it goesi always know
that you make me smile please stay for a while now
just take your time where ever you go
What am I gonna say when you make me feel this wayI just........mmmmmm

It starts in my toes
make me crinkle my nose
where ever it goes
I always know that you make me smile
please stay for a while now
just take your time where ever you go
I've been asleep for a while now
You tucked me in just like a child now
Cause every time you hold me in your arms
I'm comfortable enough to feel your warmth
It starts in my soul
And I lose all control
When you kiss my nose
The feelin shows
Cause you make me smile
Baby just take your time now
Holdin me tight

Where ever, where ever, where ever you go
Where ever, where ever, where ever you go
Where ever you go, I'll always know
cause you make me smile here, just for a while

maandag 10 december 2007

zondag 9 december 2007

Ellen strikes back!

19 was ik toen ik "Ellen" ontdekte...(zaterdag, 18u, tv2) humor met een grote H.
Na "Ellen" is er nu de "Ellen Degeneres show"... maar nee, wij krijgen vieze pruim Frieda Van Wijck...
Gelukkig is er internet...
Ellen is back ... to stay. Hell Yeah!

woensdag 28 november 2007

M en M

Aan M en M:
-het mooiste koppel van het binnenland-

Jullie samen ...is als Minkes ananassap. Sweet, ook fonkelend.
Jullie samen ... is als Maries wasknijper. Authentiek, stevig.

Liefde is... jullie
"Favorite Adventure"

There you are
Your beauty consoles me
I've gone far
And I almost didn't find you
And I almost lived without you
There is nothing in this world I'd rather do
Than live in you
Here we go, Our favorite adventure
You should knowI was never more complete
And I never thought I'd seeThe meaning of my life
Wrapped in youNext to me
If you ever fear
Someday we might lose this
Come back here
To this moment that will last
And time can go so fast
When everything's exactly
Where it's at
Its very best

zaterdag 24 november 2007

over korfballen en complimentjes

Columns schrijven is een vak apart.
Ik ben heel erg dol op columns, en ben dan ook erg kritisch voor columnisten.
Mijn allereerste columns die ik uitknipte om bij te houden in een schriftje waren van de hand van Marijke Libert, maar het is toch wel Thomas geweest die mijn columnvoorliefde aangewakkerd heeft.
(Wat later was er Bernard. Stukje ochtendpoëzie als balsem bij het aangaan van de dag.)

Renske haar lustcolumns, daar heb ik het nooit zo voor gehad. (daar heb je Amelie O voor)
Maar als ze het over een andere boeg gooit, is ze wel een leuk tussendoortje:

Renske De Greef
Ik weet dat het moeilijk is om complimentjes te maken. Ik zelf heb nou ook niet bepaald een talent voor tact (het is ongeveer zo groot als mijn talent voor korfbal. Maar voor degenen die dat misschien niet weten: korfbal is een wrede, wrede sport.) Ik ben een groot fan van de verkeerde dingen zeggen. Ik vertel vrijuit over eerste ontmoetingen tijdens de zijn-ouderlijke zondagse thee ('dat ene plakje spacecake was gewoon nét teveel. Ach, hij was zo... Téder, zoals hij me overtuigde niet meer aan het tapijt te knagen en 'ik ben Philip Freriks' te fluisteren.') Ik vraag aan mensen met welke Teletubbie ze zich het meest identificeren (ik zag even niet dat het skinheads waren) en ja, ik heb een keer per ongeluk een grapje gemaakt over huisslaven tegen een vurige Afro-Amerikaanse (alhoewel dat wel over mijn Zweedse onderburen ging. Maar het maakte al niet meer uit.)Ik ben dan ook voor duidelijke signalen. Als je zwanger bent, knoop een zwangerschapsdoek om je buik. Zorg ervoor dat niemand meer in stilte hoeft te panikeren over de vraag of er nu een vadsige embryo in die mammoet-esque buik van je groeit, of een samengeklonterde bal van alles wat Snackbar Plof maar te bieden heeft. Als je baby een meisje is, plak een roze strik op de blozende babykop. Ziet ze er dan uit als een paasei? Ja. Zeker. Maar niemand hoeft meer de verschrikkelijke kwelling van innerlijke verscheuring te ondergaan omdat je gewoon simpelweg niet kán opmaken uit bollende wangen, kale kop en een nogal dodo-achtige blik of het een gezonde knaap of bevallige deerne is geworden.Help ons. Leg uit. Gebruik desnoods bordjes, neonverlichting, tattoeages. 'Dit is nieuw', met een knipperende pijl naar je rokje. 'Ik ben afgevallen,' in zwarte marker op de achterkant van je t-shirt. 'Ik maak wel grapjes over het eigenhandig doden van mijn cavia Kevin door te denken dat hij vriendjes werd met die bouvier, maar heb het er eigenlijk heel erg moeilijk mee.' Hélp ons.Complimentjes maken is een onderdeel van het immense spectrum Mogelijkheid Tot Grenzeloze Belediging (en Beeindiging van Relaties en Vriendschappen die Misschien Wel Tot Iets Heel Moois Hadden Kunnen Leiden) -het is een van de meer hippe en catchy spectra. Het gevaar is groot en pijnlijk (een beetje als een 1.88 meter lange vrouw die een tapijt probeert op te eten.) Je moet met een compliment altijd proberen te bewerkstelligen dat de ander zich beter gaat voelen. De waarheid heeft hiermee weinig te maken. Ter illustratie: 'Ik vind het zo knap hoe jij altijd anderen je klusjes laat doen.' Niet goed. 'Je crocs staan zo sexy': goed. Zie: laat de waarheid voor wat hij is -iets voor Jezus. Maar er is één compliment waarvan mensen blijkbaar denken dat hij in de categorie'goed' valt. En daar wil ik dus van af. Zouden we dat nu kunnen doen? Kunnen we misschien alsjeblieft met zijn allen ophouden met het compliment: 'Goed hoor. Ik zou het niet kunnen.' Wat ís dit voor compliment? Ik zou het niet kunnen -als compliment? Oh! Bedankt! Nee, als jij het niet kan, dan moet het wel héél bijzonder zijn! De Maatstaf Der Dingen zegt dat ik goed ben! Wapper een vlaggetje heen en weer en klets me ritmisch in mijn gezicht met een struisvogelbiefstuk! Ik snap dat niet, dat mensen dat durven zeggen. Er zijn een hele hoop dingen die ik niet kan, maar ga ik elke doelpunt scorende korfballer vanaf de zijlijn toeschreeuwen: 'KNAP HOOR! IK ZOU HET NIET KUNNEN!' Nee. Ik zeg wel iets als hij klaar is. Dat korfbal zo'n sexy sport is, bijvoorbeeld.

Cheers

"Wijn hoeft niet duur te zijn
om goed te zijn;
Soms is smaak gewoon
een kwestie van goed gezelschap."

http://www.demorgen.be/dm/nl/984/Cultuur/integration/prm/frameset/wijn_en_bier/wijnbijbel.dhtml

zaterdag 17 november 2007

Kessel-Lo - Dhaka

Lieve Bengali,
Lieve Sohrab, Malik, Sandhya, Zulfiqar, Babul

Wij Belgen weten niets van Bangladesh. Hooguit zullen enkelen jullie land juist situeren in Zuid-Azië. Jullie regio is niet meteen sexy. Pakistan, ook nu weer in het nieuws met rellen, noodtoestand, een generaal-president die het niet zo nauw neemt met democratie. Afghanistan. Wie kijkt nog op van nieuwe doden?
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me ook nooit aangetrokken heb gevoeld tot jullie regio. Ik heb dat enorme belang van godsdienst nooit kunnen vatten; ik werd boos van de minderwaardige positie die vrouwen in jullie regio innemen; ik werd moedeloos van die blijvende miserie-verhalen die druppelgewijs hier doorsijpelden in het nieuws.
Overstroming – hongersnood – corruptie – ruzie.

En toen leerde ik eerst jou kennen Sohrab. Ik weet nog goed, het was mei 2003. Jij was één van de enige mannen op ons vrouwenseminarie. Ik trok vooral met jou op, leerde je beetje bij beetje kennen, maar ook: ik leerde Bangladesh een beetje mee kennen. Ik ging met jou naar de tandarts, daar had je erg veel schrik voor, wat ik een beetje raar vond. Ik vertelde jou een geheim om je af te leiden, waarmee je erg in je nopjes was. Ik denk dat we op dat moment echt maatjes werden.
Het was al zomer in mei toen jij hier was Malik. Jij praatte me de oren van het lijf. In heel mooi, plechtig Engels. Je haren elke morgen mooi gekamd met brillantine. Ik maakte nog een grapje dat je leek op die acteur uit Gone With the Wind. De Don Juan in jou vond dat best ok. Maar je vertelde ook heel ernstig over BSSF, je organisatie, en de moeilijkheden en uitdagingen waarmee elke organisatie wel eens kampt. Je sprak niet altijd alles uit, maar vroeg dan: do you understand, sister Jessie? Ik denk van wel.
Ik denk dat ik het beetje meer begin te begrijpen. Jullie land, jullie regio, jullie werk, jullie moed.
En als ik dan zoals nu in het nieuws hoor over de cycloon die jullie getroffen heeft, de duizenden doden, de enorme schade, dan word ik daar heel erg stil van.
Maar ik wil er niet meer moedeloos van worden. Het doet me alleen erg veel verdriet. Want wat voor de meeste Belgen onbekende Bengali zijn die ze op de nieuwsbeelden zien, worden die gezichten voor mij herkenbaar. Ik zie jullie voor me.

Op dit moment zijn jullie daar onze groep Wereldsolidariteit-inleefreizigers aan het rondleiden. Niet in het getroffen gebied, daar hebben jullie wel voor gezorgd. Ik ben er zeker van dat zij de Bengali ook in hun hart hebben gesloten.
En dat als ze terugkomen, overal kunnen gaan spreken over wat ze gezien hebben, over het werk dat jullie doen. Elke keer opnieuw. Opdat hopelijk ooit Belgen een ander zicht krijgen op Bangladesh.

Blijf sterk.
Ik denk aan jullie.

Sister Jessie

http://wsinbangladesh.blogspot.com/

Koen

Je hebt van die liefdes die levenslang zijn.
Die zijn zelden, maar ze bestaan.
Ik was 9 toen ik van Clouseau ben gaan houden.
Ik ben er nu 28 en liedjes van Clouseau doen nog steeds mijn hart sneller kloppen.

Het is niet meer zoals vroeger toen ik mijn clouseaucassetjes grijs draaide op mijn kamertje. Het zijn meer van die onverwachte momenten, een nummer dat de auto binnenwaait en dat meteen keiluid wordt opengedraaid (daar gaat ze!). Of het opzetten van enkele nummertjes als ik ziek op de zetel lig (domino!). Of het uit de bol gaan (en dans!). Of het gevoel hebben kunnen blijven lopen op clouseau (bergen en ravijnen!). Of die vele clouseau-nummers die me steevast herinneren aan iemand, iets, een gedeeld moment van toen…

Clouseau bestaat nu 20 jaar. Mijn liefde al bijna even lang. Daarmee neemt Koen een plaatsje in waar er nog niet zo heel zijn…

Ik weet dat er onder mijn vrienden weinigen zijn die mijn liefde delen, maar voor de geïnteresseerden: (unplugged concert)
http://radio2.be/detailpagina.cfm?id=14309&programma=clouseauvoting


Mijn persoonlijke clouseau top 10:

Daar gaat ze
Domino
Bergen en Ravijnen
Passie
Heb ik ooit gezegd
Laat me nu toch niet alleen
En dans
Oker
Vonken en vuur
Door de muur

donderdag 15 november 2007

Chaumes

Aan L.

Ik heb aan je gedacht vandaag.
Niet lang, of diep,
Want er is niet veel om over na te denken
(maar net daarom heel erg veel)
Wat denk jij? Wat vind jij er eigenlijk van?
Net dat houdt me zo bezig.

Denk jij er soms hoegenaamd over na?
Ik denk van niet.
Het geeft niet. Nee, het geeft niet meer. Chaumes is wel heel lekker.
Wij eten beiden alleen maar kaas. Dat is tenminste iets.


(One of us - Starsailor)
Heard you today, that isn't my name, you were fast asleep,
Forget what he did, can I be the kid for your soul to keep.
Some of us laugh, some of us cry,
Some of us smoke, some of us lie,
But it's all just the way that we cope with our lives.
I've grown to see the philosophy of my own mistrust,
We all have our faults, mine come in waves that you turn to rust,
Some of us laugh, some of us cry,S
ome of us smoke, some of us lie,
But it's all just the way that we cope with our lives.
I've been hanging onto something,
You keep laughing awe-inspiring.
Some of us laugh, some of us cry,
Some of us smoke, some of us lie,
But it's all just the way that we cope with our lives.
Some of us laugh, some of us cry,
Some of us smoke, some of us lie,
But it's all just the way that we cope with our lives.
My wandering soul found solace at last,
I wanted to know how long it would last.
She's losing control, she's coming down fast,
The heart that I stole, I'm not giving back, never giving back.

donderdag 1 november 2007

Mantaray

Op 1 november is het zalig om even onder te duiken... down under bijvoorbeeld... en weg te smelten bij het reisrelaas van Helga en Daniel die nu op dit eigenste moment in wat voor ons het mooiste stukje Australië zitten...

Exmouth - Het Ningalooreef ...

en kijk! Helga heeft net dezelfde haaienflip als ik!

en ook zij hebben kennis gemaakt met het wonderlijke wezen dat de Mantaray is ... zie het filmpje bij het laatste verslagje op Helga's blog ...

http://www.bumfuckegypt.eu/





Ik kon niet anders dan meteen ook weer even in onze Ausiefoto's gaan grasduinen... op zoek naar mijn aller eigenste Mantaraybuddy foto... wat een magisch moment was dat toen ... kleine Jess die aan het zwemmen is in die grote oceaan terwijl die 6meter grote Mantaray heel gracieus zo onder je salto'tjes komt maken...


ik ben nog eens gaan opzoeken hoe ik het moment toen op onze website beschreven heb ... ja, ik was best lyrisch over mijn Mantaray-moment... (16/2 Coral Bay: http://homejack.net/mario/jj/verslagen/australie2.html )
Ik denk niet dat ik ooit van een ander land zoveel kan houden dan van Australië.
Vandaag zing ik Morcheeba weer wat nostalgisch voor me uit... one fine day, I'll fly away...

dinsdag 30 oktober 2007

Ally

Gisteren was ik mijn surfring kwijt. Nee, dat klopt niet helemaal. Ik was mijn surfring al veel langer kwijt, maar had mezelf toen wijs gemaakt dat ik moest vergeten dat ik die kwijt was, omdat ik die dan terug zou vinden. Snap je? Want als je iets zoekt, dan vind je dat niet, maar als je iets niet zoekt, kom je dat dan onverwacht toch tegen. Tenminste, dat proberen ze mij telkens in mijn kop te prenten als ik –weeer- eens iets kwijt ben. En dan balancerend op een nervous breakdown zodanig aan het zoeken ben dat ik aan niets anders meer kan denken.
Maar dat klopt dus niet die redenering. Want ik was mijn surfring al maanden kwijt, was er eindelijk in geslaagd dat uit mijn kop te krijgen, en toch kwam die maar niet zomaar onverwacht spontaan weer boven water. Waardoor er natuurlijk een redelijke crisis in de lucht begon te hangen op het moment dat het me weer daagde dat ik mijn surfring nog altijd kwijt was.
Mijn surfring is nu ook niet zomaar iets. Die komt wel uit Australië en heb ik bovendien plechtig voor mezelf gekocht na het helemaal alleen ‘riden’ van een ongelooflijke golf (in mijn herinnering althans). Die ring symboliseert dus het surfpact met mezelf. Want net als golven durf ik ook wel eens op en neer te gaan, maar als je in al die moodwings ook de kracht en de ongelooflijke stimulans van golven kan voelen, ben je wel een coole surfchick. Of zoiets.

In ieder geval, ik ben erg gesteld op mijn pacten. En dus ook op die surfring. Die ik dus was kwijtgespeeld. Het kan niet anders dan dat ik een genetische afwijking heb, want er is weinig in mijn leven dat ik nog niet ben kwijtgespeeld. En als er nu een ding is dat me bloednerveus maakt, is dat het niet vinden wat ik weer ergens heb laten rondslingeren. Want een mens zou denken dat hij daar een zintuig voor ontwikkelt, en naarmate het meer verliezen van spulletjes, die steeds gemakkelijker ook terugvindt. Ik daarentegen blijf altijd als een hopeloos kuiken honderd keer dezelfde tas waar veel te veel brol inzit, uitkieperen. Waarbij Jaklien dan meestal sussend na een halfuurtje het item in kwestie in mijn pollen steekt.
Maar niet zo gisterenavond. Gisteren was het niet Jaklien die mijn hebbeding tevoorschijn toverde. Dat heb ik helemaal aan mezelf te danken. Hoewel, ik moet toegeven dat mijn nieuwste vlam ervoor iets tussen zit. Sinds zaterdag Steffi is langsgekomen en we subtiel haar DVDbox van Ally McBeal afhandig hebben kunnen maken, is mijn leven niet meer hetzelfde. Ik ben on-ge-looooof-lijk verslingerd aan Ally. De moves, de face, de funny talk. Oh waw. Gisterenavond hebben we er een marathonneke van een hele reeks afleveringen op nagehouden. En in de aflevering “it’s my party” doet Ally zo’n grappige moves (op muziek die ze enkel hoort in haar hoofd, een bondgenoot!!), dat ik besloten had om even cool op z’n Ally’s ons kot wat ondersteboven te gaan zetten… et voila… daar was ie opeens: mijn surfring. Ally is nu voortaan mijn held, dat begrijp je wel.
Voor diegene die al langer fan waren (wat heb ik al die jaren toch gemist!!!), hierbij even om met een gelukzalige glimlach achterover te leunen terwijl de melodie zo al je in kop duikt: (zien jullie de beelden al voor jullie?? Yeaaaaah)

I've been down this road walkin' the lineThat's painted by prideAnd I have made mistakes in my lifeThat I just can't hide
Oh I believe I am ready for what love has to bringGot myself together, now I'm ready to sing
I've been searchin' my soul tonightI know there's so much more to lifeNow I know I can shine a lightTo find my way back home
One by one, the chains around me unwindEvery day now I feel that I can leave those years behind


Voor de freaks like me, check this out: alle lyrics van liedjes van in Ally McBeal, per seizoen en aflevering !!!! Die muziek .... zaaaaaaaaaaaaaaalig. Vonda rocks!
Ik voel dat er een nieuw marathonneke in de lucht hangt… everyone who feels like joining: sms Ally naar 0476758873!


http://www.geocities.com/merrystar3/season2.htm

zaterdag 27 oktober 2007

Mijn getijden

De getijden. Seizoenen. Herfst, die elk jaar opnieuw zachtjes dwingend – de geur, de kleuren – je hoofd inkruipt.
Halfweg kaal de bomen; korte, frisse zonnestralen – nog even maar.
Dat is het. Het werpt me op mezelf –
Dat “nog even maar”-gevoel van herfst.
(Trekken alle vogels weg als ’t winter wordt?)


Ik mis je het meest als het herfst wordt
(Nochtans net zo min jouw seizoen),
een hang naar toen-
wie ik als kind nog kon zijn;
-Eierkoeken-melancholie-
en weten dat ik
altijd en onvoorwaardelijk jouw lieveling zou zijn.

Nu zovele jaren later
maakt de tijd alleen nog mij zo nu en dan wat kwetsbaar;
maar in mijn onafgemaakt verhaal, in dit seizoen,
ken jij de onrust die woont in mij.

als straks weer zoals het hoort
iedereen de graven opzoekt
kom ik ook nu weer niet langs, dat weet je
bezoek te kijk is niets voor mij.

Ik zie je liever
zoals we met z’n drieën lachend op mijn bureau staan
ik op je schoot en mama erbij.
op je verjaardag, in mei
Mijn melancholie voorbij.

vrijdag 12 oktober 2007

Nobelprijs - deel twee (de mijne)

Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn. 'Ik ga voor geruime tijd op reis', zei hij, 'maar ik weet niet voor hoe lang. Ik neem dus maar zó afscheid dat het ook voor heel lang kan zijn.'
Zij schudden elkaar vijf keer de hand en omhelsden elkaar ook zoals het bij een afscheid voor lange tijd hoort. 'Laat je nog iets van je horen?' vroeg de eekhoorn.
De mier had zich al omgedraaid en riep, terwijl hij langs het bospad liep: 'Ja!' Even later was hij uit het gezicht verdwenen en bleef de eekhoorn alleen achter.
‘Wat zou het voor reis zijn?’ dacht hij. Maar hij wist hoe weinig je kon zeggen van reizen die nog moesten beginnen.
Niet lang daarna ontving de eekhoorn een brief.


Beste Eekhoorn, Ik ben nu volledig op reis. Ik heb je beloofd dat ik iets van mij zou laten horen. Als je straks een uitroepteken leest laat ik iets van mij horen. Lees je goed? Let op!
Op dat moment klonk er een zacht gefluit dat onmiskenbaar het gefluit van de mier was.'Mier!' riep de eekhoorn opgetogen.
Hij draaide de brief om en om, keek tussen alle letters en toen in de envelop en op de grond, maar er was geen spoor van de mier te bekennen. Hij begon opnieuw te lezen, en weer hoorde hij, toen hij het uitroepteken las, hetzelfde zachte gefluit. Als hij lang naar het uitroepteken keek kon hij zelfs een liedje herkennen dat de mier dikwijls floot. Hij deed de brief in de envelop en legde hem op de tafel naast zijn bed.Hij moet heel ver weg zijn, dacht de eekhoorn. Maar hij denkt aan mij! De zon scheen en de eekhoorn ging op de tak voor zijn deur zitten. Maar telkens stond hij op en ging hij naar binnen om de brief opnieuw te lezen, en telkens als hij bij het uitroepteken kwam hoorde hij weer het zachte fluiten van de mier die van ver weg iets van zich liet horen. En telkens schudde de eekhoorn zijn hoofd, glinsterden zijn ogen en dacht hij: ‘mier, mier!’

Toon Tellegen

Doris

Voor het eerst deed het toekennen van de Nobelprijzen me wat. Andere jaren was het meestal een moment om een grote naam van de literatuur te leren kennen, wiens boeken ik uiteindelijk dan toch maar niet dat vond, en op wiens naam ik uiteindelijk dan toch altijd net niet kon opkomen bij quizvragen (dienen turk! dienen duitser! …).

Maar dit jaar krijgt Doris Lessing de Nobelprijs voor literatuur. En Doris Lessing, awel, da’s nu eens een naam die ik me wel zal herinneren. Dat heeft op zich wel wat te maken met Doris zelf, maar veel meer nog met wie, (en waarom en waar) me voor het eerst een boek van haar toestopte.
Dat was Hanne.
Natuurlijk.
Na Erica Young, Patricia De Martelaere en Anja Meulebelt, stopte ze me ‘The Golden Notebook’ in mijn handen. Op een moment toen ik bij haar thuis stond te dralen na alweer veel te veel glazen bubbels en er zich weer een “kuiken”moment voordeed. Zo nu en dan hang ik eens graag de kleine uit als de bozebuitenwereld weer eens veel te lastig lijkt. Op één of andere manier kom ik dan wel eens vaker bij Hanne terecht. Die is handig met kuikens. Laat die even miezeren, schuddert die vervolgens even door elkaar met enkele rake oneliners, om dan na het dertig keer klinken op pacten en het schoon leven, die met wat extra’tjes (zoals the golden notebook) –denk daar maar eens over na- op pad stuurt.
Recommended, die procedure. Al was het maar omdat ik nu allicht één van de weinigen ben van mijn generatie die weet hoe het komt dat die Doris er op 88jarige leeftijd zo verdomd beestig spits en fris voorkomt.

En dat Al Gore de Nobelprijs voor de vrede wint, dat zal ik ook niet snel vergeten. Stommiteiten blijven me immers altijd bij.

Ver Dicht

Zit een beetje voor me uit te staren
En in de stilte van de avond die plots over me valt,
Hoor ik te luide echo’s van mezelf.

Zie ik mezelf staan, vooraan.
Hoor ik mezelf, luid.
Voel ik de opwinding, spanning, drukte
Die ik niet zozeer creëer, maar lijk te incarneren.

Moment-opname Zelf-opname
(daar komt oktober om de hoek)

Zo zal bij het de revue passeren van het vele
praten, hier en daar, en veel, en nog
-kortom een beetje druk mezelf staan wezen;

dan plots het uitcheck-moment.
Want in de wedloop om het liefst overal het dichtst te zijn,
Is vooraan en luid en druk
Achteraf altijd zo’n beetje
Confronterend.

Daarom is het vallen van de bladeren,
Het vallen de avond
Een voedingsbodem om even onder te duiken
(oktober – ook Tito graaft een pijp)
ideaal want
hoe verder weg je soms gaat, hoe dichter je komt.

maandag 1 oktober 2007

Shine


Ik heb het altijd al geweten... maar nu is het officieel bewezen...

De Morgen is de fermste gazet van het heelal.

(Dimi for president!!)






vrijdag 28 september 2007

brons

De beste NGO van 't land heeft de derde plaats weggekaapt in de wedstrijd "Beter in Beeld".
Check it out:
www.wereldsolidariteit.be
(way to go Jakki!)

maandag 24 september 2007

Simpele doos

Ik zal een geheimpje vertellen. Ik heb ingetekend op de newsletter van Simpliflylife. Toen ik de eerste keer op de site terecht kwam (via de categorie “ideeën die de wereld mooier maken – maar daarover later meer), draaide ik eens met mijn ogen. “Zenpulp met hoog Ingeborg gehalte” kon ik snel oordelen toen ik de groene varens en oranje blaadjes-achtige banners op de site zag. En net voor het wegklikken las ik volgende quote: “Er zijn zoveel nu-momenten. En je hebt ze maar zó gemist.” Als ik nog maar het idee heb iets te missen, ben ik bij de pinken. Dus toch maar bijhorend interview van de quote gelezen… Om me vervolgens in te schrijven op de newsletter van Simplifylife.
Simplifylife. Ja, soms wil ik het leven wel eens simpeler zien. Of het mezelf simpeler maken. Dat is volgens Jon Kabat-Zinn (die van de quote) niet zo moeilijk: “We moeten ons niet zo hechten. En al helemaal niet aan onze eigen gedachten. Door in al onze gedachten te geloven, kunnen we met het grootste gemak een onecht levensverhaal voor onszelf creëren. Dat maakt het alleen maar erger, want er verandert niets aan de omstandigheden.” En ook: “We moeten weer leren onze gedachten observeren, waardoor je leert dat je mind weliswaar gedachten produceert, maar dat het niet meer is dan dat: gedachten. Niet de waarheid. Je brein leidt een eigen leven. Hij produceert aan de lopende band gedachten. Net als de zee, golft hij nu eenmaal.”
Ok, ok, knikte ik instemmend, “teveel aan gedachten is dus normaal, want mijn brein golft”. Right. Ik was nog niet helemaal mee, maar mensen die golven als metaforen gebruiken, hebben bij mij altijd een streep voor. Ik las dus geïntrigeerd door. Jon zei nog wijze dingen: “Van human beings zijn we human doings geworden.” Ha, die zat. Ik had net mijn mooi geel to-do-post’itje bovenaan mijn computer geplakt en voelde me meteen door die meneer Kabat-Zinn betrapt. Ik ben dus één van die human doings. En hoewel ik soms knettergek word van mijn zelfgefabriceerde Todo-lijstjes, voelde ik meteen bij het wegnemen van mijn post-it’tje als gevolg van mijn betrapt zijn, een vlaag van onrust in me opkomen. Diep vanbinnen vind ik het blijkbaar eenvoudiger een “do-er” dan een “be-er” te zijn. Voortlezen dan maar. “We zijn alsmaar bezig en onderweg; nog sneller; nog digitaler. Een heel groot deel van de tijd is onze mind niet aanwezig in het huidige moment. Hij is gepreoccupeerd met het verleden of met de toekomst. We vertellen onszelf vaak ‘op een ander, beter moment zal ik wel aandacht aan het heden geven’. En daarmee houden we onszelf natuurlijk voor de gek, want gedachten vormen is nu eenmaal wat de mind doet. En gedachten gaan altijd over verleden of toekomst. Mindful of aanwezig zijn betekent: zijn met de dingen zoals ze werkelijk zijn, zonder erover te oordelen.”
Toen ben ik gestopt met lezen. Want die meneer Jon daar, die heeft natuurlijk een punt. Het is waar, het is al “druk, snel, meer”dat de klok slaat.

Boeddha zegt dat elke mens het vermogen heeft om aanwezig te zijn in het nu, bij wat is, zonder oordeel. Ik kan het niet helpen, maar het enige dat ik daarop kan denken is: nie moeilijk, in zijne tijd had boeddha nog geen post-it’tjes om te gebruiken.
Ik denk dat ik altijd van “snel, en meer, en onderweg” ga houden. Om dan weer als ik te snel en teveel bezig ben, op hollandse sites terecht kom en me op nieuwsbrieven inschrijf die mijn leven simpeler zullen maken. Yeah right.

zondag 9 september 2007

Mega Mindy - Mega Mindy Tijd

Mega Mindy dus

"Ik ben een gewone meid, maar bij Mega Mindy tijd,

ben ik dapper, ben ik stoer..."

Waw. Het was Tomas De Soete die me deze week kennis deed maken met Mega Mindy. Ik heb haar meteen in mijn hart gesloten.

"Is het een vliegtuig, is het een vogel, nee dat is het niet... het is mega Mindy die je aan de hemel ziet..."

Dát wordt mijn lijflied voor het nieuw afgetrapte werkjaar... Jess goes Mindy... yeah!

Pompoensoep

“Je bent een weemoedige ree”, zegt ze. Ik moet erg lachen. Ze is een queen in het produceren van onverwachte quotes, die toch altijd op één of andere manier enorm juist lijken...
Ik sta aan het raam, te luisteren naar de nieuwe CD die ik gebrand heb.
David Gray meets KT Tunstall… Voor de zevende keer op rij bedenk ik dat dit toch wel de best samengestelde CD ooit moet zijn voor een zondag. Want zondag dat is non-dag. Niet meer echt weekend, maandag dreigend dichtbij. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar maandagen doemen steeds als iets bijzonder onheilspellend op me af op zondag. Een beetje zoals vroeger het einde van een kamp met rasse schreden naderde terwijl je liefst van al voor altijd op kamp zou willen blijven.
Ik wil nog altijd het liefst van al voor altijd op kamp blijven. Of zoiets.
Dat bedacht ik gisterenavond ook, toen Elsie op bezoek was.
Elsie is een kampgenoot. Niet dat we ooit echt samen op kamp zijn geweest, maar met Elsie wil je samen zijn. Gewoon als in samen “zijn”. Zoals gisterenavond dus, en het gesprek plots ook over kamp-achtige dingen ging. Zoals leidsters. Wat kunnen jeugdbewegingen, leidsters, kampen, een enorme impact op je jeugdtijd hebben seg. Daar stond ik dus aan het raam over te mijmeren. Over die tijd van toen. En hoe je nooit meer zo onbezonnen en onbezorgd kan zijn als toen.
Het is op dat moment dat ze achter me komt staan, haar armen om me heen legt en die ree-uitspraak doet. En vervolgens: “ik heb pompoensoep gemaakt.”
En plots weet ik heel even zeker: als David Gray pompoensoep zou gekregen hebben, zou ie nooit aan de helft van zijn songs zijn geraakt, want dan had ie al die weemoed niet gehad om op een fa-sleutel te zetten.

http://www.songteksten.net/lyrics/tekst/David_Gray/It's_Not_Easy_Being_Me.htm

KT Tunstall, Drastic Fantastic (Super CD!!!), net zoals haar eerste “Eye to the telescope”

http://www.kttunstall.com/music/

vrijdag 7 september 2007

Vandaag

Vandaag kreeg ik dit onder ogen te zien:

I open my eyes, I accept the world.
I see opportunities and situations I’m willing to change.
I create joyfully and instantly.
I act in connection with the world.
I create my life here and now.

We create our world today.

Ik moest even met mijn ogen rollen. I create joyfully and instantly??? Haaallloo?
Hollanders zijn een beetje gek,
Maar daarom net zo ontzettend geweldig.
Vandaag is een bijzondere dag!
Check this out:

http://www.dagvandedag.nl/

Chicago

“Every second counts”
Heet hun album.
Toen ik de eerste keer de single ‘hey delilah’ hoorde deze week,
Heb ik me even aan de kant van de weg gezet.
En wat in mijn auto zitten staren.
Alleen al daarom zijn the Plain White T’s geweldig.
Staren en ongegeneerd kunnen wegdromen wordt immer zwaar underrated.
Maar Thank God voor Emorock uit Chicago, dat ook al ‘de city’ van Grey’s Anatomy is. Ik maak het bij deze even officieel: ik kan alleen maar erg veel houden van Chicago. Maar ook van Colorado hou ik al ontzettend veel. Want niemand kan op dit moment aan de status die ik The Fray toebedeel. The Fray voorziet in het bestaansrecht om je helemaal te wentelen in emo. Zaaaalig.
Als ik het zo bedenk, kan ik nog even doorgaan. Ik hou ook van LA (The counting Crows, The L word). Ik hou van San Francisco (The Sweetest Thing), New York (Friends, Sex and the city). En nu hou ik me ontzettend in. Jack Kerouac (ongecensureerde versie van On the road binnenkort in de boekenwinkel!), Pink!, Ellen Degeneres... . Zie je, Amerika -het is maar hoe je het bekijkt of beluistert- ademt emo uit. En tenslotte is er ook nog Tennessee, daar woont Sarah Bettens, dus daar kan het ook niet slecht zijn. :-)
Wat zit iedereen eigenlijk altijd zo te zagen op Amerika?

http://www.plainwhitets.com/main.html

http://www.youtube.com/watch?v=BKxnJ5iyC-w

Pepi

Ik zou het nog overwegen als naam voor mijn konijn
En dat is heel wat.
PEPI
Pepi klinkt cool. Pepi klinkt lekker.
Dat Jeroen De Preter van De Morgen dus ergens anders gaat melken.

http://www.radio1.be/programmas/pepi/

dinsdag 4 september 2007

bloot - part two

Het boekje van Anne-Marie deed me dus afvragen waarom ik in godsnaam aan die blog begonnen was, als ik er in feite toch van gruwel om me in woorden echt bloot te geven.
Een beetje meer mijmergedachten, deed me –alweer- bij Connie Palmen uitkomen. Die heeft daar een schitterend essay over geschreven: “Echt contact is niet de bedoeling.” Maar in mijn geval geldt het tegenovergestelde: echt contact is wel de bedoeling, maar het lukt niet altijd, dus geef me wat tijd, en misschien ook woorden die ik eerder op papier krijg… of zoiets. Ik kan me wel vinden hoe Palmen het in De Vriendschap vooropstelt. Hoofdpersonage Kit schrijft aan beste vriendin Ara: “Schrijven is een ander lichaam geven aan je geest.
Het lichaam waarmee ik het moet doen, dat stel ik blijkbaar niet graag bloot aan het oog van anderen en daarom maak ik mij een lichaam van woorden, van papier.
Dat stuur ik naar buiten, de wereld in, en dat lichaam mogen de anderen beoordelen. Daar heb ik geen last van en geen moeite mee. Ik hou ervan om me te laten beproeven, maar niet waar ik bij ben. Daar op deze manier naar buiten te gaan, bescherm ik me voor te veel angst, schaamte, onzekerheid en verraad.”

Ik zou nu niet durven stellen dat ik een blog begonnen ben om me te “beschermen”. Maar de dualiteit herken ik wel. (dat is op zich niet zo moeilijk, ik ben een wandelende dualiteit)
Schrijven doe ik wel eens over mensen. Om te reizen. In mijn en hun hoofd. En soms zo meer begrijpen -als een stukje “vatten” in een paragraaf.
Ik, die hou van mensen om me heen, van synergie en de collectieve energie van samenhorigheid, van groepsgevoel. Verslaafd aan samen zijn. En dan toch weer heel erg op mezelf te moeten zijn. Om op papier te vatten waar spreken blijft steken.

Om er eens één te noemen, is dat een punt waar ik mezelf steeds klem rijd. Twee tegengestelde karaktertrekken, één persoon. Hoe verzoenbaar kan je met jezelf zijn?

(zolang er vedett is, lijk ik me vooralsnog goed met mezelf te kunnen verzoenen. Cheers!)

bloot

Ik vroeg het me plots af op de trein. “Waarom geeft die zich zo bloot? Die weet toch dat mensen haar kennen, en dit dus kunnen lezen. ík ken haar. En ik lees het. Als ik dan allerlei dingen bedenk, over haar, over haar leven, haar lief hebben, dan doen toch al die andere lezers dat ook? Hoe moet dat zijn? Als zo iedereen een mening over je heeft, een oordeel klaar heeft?"
Ik zou knettergek worden, bedenk ik. Om dan drie seconden later luidop in de trein te moeten lachen. Om mezelf. Wat zit hoegenaamd ik hier nu te bazelen?
Akkoord, ik heb geen boek geschreven. Verre van. Maar ik schrijf toch ook? Ik ben zelf met een blog begonnen. Maar meer nog dan wat kort geblog, schrijf ik. Dagelijks. Naar hen meestal. Die cirkel mensen. Kattebelletjes in cyberspace. Gewoon. Iets laten horen. Inter-actie. Letterlijk dan. Tussen de verschillende “acties” door, toch die onweerstaanbare drang om ook nog in contact te zijn. Ik ben contactverslaafd. Of is het meer? Is het “gewoon iets laten horen”? Of is het gehoord willen worden? Beantwoord –en dus bevestigd- willen worden?

Wie ben ik dus om me vragen te stellen over Anne-Marie Cordia. Vragen die haar boekje “brieven aan mijn lieven” bij me oproepen. Omdat ik Anne-Marie “ken”, die freelance journaliste is en dus wel eens bij SBS over de vloer kwam…
Ik mocht haar niet. Afstandelijk, hautain had ik haar meteen geklasseerd. Grappig als ik dan lees in haar boekje over hoe ze zich afstandelijk opstelt bij mensen die haar intrigeren. Intrigeerde ik haar, of wat? Interesting…(en ook: even weer memorynote maken: Jess, wacht even met je oordeel over mensen, ook anderen doen zich wel eens anders voor dan hoe ze zich in werkelijkheid voelen…)
Maar dat boekje dus… in briefvorm… steek van jaloezie… briefvorm, dat was míjn idee… maar bon, Anne-Marie heeft dus brieven geschreven aan haar ex-lieven, ex-geliefden, mannen die ze iets te zeggen heeft. Om ooit die ware te kunnen vinden, gaat ze op zoek naar het antwoord op vele vragen. Wat is liefde? Wat is aantrekkingskracht? Wat is goede seks? Zijn we gemaakt om samen te leven? Veel vragen, waarop ze persoonlijke bedenkingen geeft… die ik al bij al zo slecht nog niet vind… terwijl ik tijdens de eerste 50 pagina’s nog voortdurend dacht om het boekje weer weg te leggen, ben ik daarna toch geïntrigeerd geraakt. Daar zinnen van Anne-Marie als deze voor iets tussen: “Ik denk dat mensen nooit leren in de liefde. In elke nieuwe relatie zijn we bezig de fouten te herstellen uit de vorige. Dus ben je altijd te laat. Je ziet je fouten altijd pas als een relatie gedaan is.” En omwille van dit stukje poëzie dat je kan blijven lezen:
“Aan mijn vroegere toekomstige geliefde
Ik wil je
Iets
Laten zien,
Maar niet alles.
Zeker niet alles.
Alleen mijn mooiste
Op ons juiste moment.
Alsof het allemaal heel natuurlijk en vanzelf komt.
En als je dit nu
-achteraf-
leest, hoef ik niet meer bang te zijn.”

En tenslotte ook door citaten die ze gebruikt. “Sommige mensen bereiken wat het beste is in het leven door middel van vreugde. Anderen gebruiken de pijnen. Maar het grootste deel van het mensdom gunt zichzelf het een noch het ander. En dan bereiken ze niets en laten ze dit leven slechts aan zich voorbijgaan" (Kahlil Gibran).
Dat vind ik een straffe...
Om maar te zeggen: ik zat wel “in” het boekje. En omdat ze ook zo openhartig over seks schrijft, en ik haar dus kén (nu ja, eigenlijk niet zo), zat ik dus met die vragen op de trein. “Waarom geeft die zich zo bloot?” “Hoe durft die zich zo kwetsbaar op te stellen?” Ik vind het ferm dat ze dat boekje geschreven én uitgegeven heeft. Omdat het mij leuke leesmomenten bezorgt. Maar veel meer nog, omdat het mij vragen doet stellen. Mezelf in vraag doet stellen.
En dat is vooralsnog altijd een goede zaak.
- als ik Sieg mag geloven die me dat gisteren zei, ik denk tijdens één van die “echte” interactie-momenten…

woensdag 22 augustus 2007

Stacey

Sommige landen (of sommige geesten) zijn te klein voor meisjes zoals zij.
Dus zoekt ze het groter.
The grand moments.
Poëzie in beeld.
(een beetje zoals zij)

http://thegrandmoments.blogspot.com/


(Stacey, blijf jij maar plan-de-mannen maken. Ik schaap mee.)

Home

We zijn weer thuis.
En ondertussen hebben we kennis gemaakt met de Belgische moesson;
Eten we teveel boterhammen met choco;
Is onze politiek nog altijd een Belgenklucht;
en lijken dus de Cambodjanen belange zo geschift niet meer.
Het is dus maar allemaal hoe je het bekijkt.
Dat vindt Buddha er ook van denk ik.
Meer foto's van Laos en Cambodja zijn terug te vinden onder 'pics' (made by Jaklien).

vrijdag 10 augustus 2007

Cambodja

Ondertussen zijn we al even in Cambodja beland, en dat is niet zonder horten of stoten geweest, in de meeste gevallen letterlijk, want zeggen dat de wegen er in Cambodja vreselijk aan toe zijn, is een understatement van jewelste.
Maar goed, voor we enkele dagen in Phnom Penh hebben rondgehangen, moesten we eerst dus nog van ons eilandje Don Det in Laos de grens overgeraken. Om niet op eigen houtje bussen, tuk-tuk-drivers en bootovertochten te moeten uitzoeken, sloten we ons aan bij enkele Amerikanen, Ieren en een Belgisch meisje die via een bureautje de oversteek georganiseerd hadden. Om 8u vertrokken we in een bootje die naam niet waardig terwijl een hevige moessonbui ons doorweekte en ons bootje letterlijk vol deed lopen. Daar zit je dan, in het midden van een –door al die regen- kolkende Mekong in een gammel bootje. En ik had meteen bewijs: Jess raakt ook zeeziek zonder op zee te zitten. Wistik veel dat die misselijkheid slechts een voorbode was voor de rest van de dag. Na het bootje, werden we met tienen in een auto voor vijf gepropt, tot aan het begin van de jungle, daar mochten we overstappen in de laadback van een truck om een tocht door de jungle aan te vatten. ”Vind jij niet dat dit een rare weg is om naar de douane en de grensovergang te gaan?, vroeg Jaklien en ik dacht ”wat weet ik daar nu van’, maar toen we uiteindelijk aan een hutje in the middle of nowhere toekwamen en louche tiepen dollars begonnen af te pingelen ’for service’begon het toch te dagen dat ons georganiseerd tripje niet echt koosjer was. Bleek dat de Amerikanen nog niet over een geldig visum beschikten (wij hadden dat in de hoofdstad geregeld) en dat we daarom een alternatieve grensovergang zouden maken. Eigenlijk waren we op stap met een bende mensensmokkelaars en mijn misselijkheid steeg een beetje evenredig met het aantal louche tiepen dat ons pad kruiste, de corruptie en de machteloosheid omdat je in the middle of nowhere zit en wel aangewezen bent op die tiepen om verder te geraken. Om 17h zaten we nog steeds net over de grens, terwijl we dan al lang in Phnom Penh, de hoofdstad, hadden moeten zitten. Ik werd een beetje euh ongeduldig, de Ieren kregen het ferm op hun heupen (I ll beat the shit out of them) en zetten het op een zuipen, Jaklien werd tot onderhandelingspersoon gebombardeerd omdat zij als enige aziatisch kalm bleef, en Amerikaanse non ’Misty’(what’s in a name) was mijn favoriet voor gevatte conversaties (don’t you think Jessie that maybe these people have to dit it this way to make a living?). Misty, in al haar mystieke naieviteit, zou me gedurende de nog lange dag en nacht wel vaker de slappe lach bezorgen, een afwijking waar ik wel vaker aan lijd als ik me een beetje heel erg gestresseerd voel. Dat had natuurlijk ook te maken met het feit dat ik de nacht ervoor niet geslapen had. Die nacht op Don Det sliepen we namelijk in een hutje op een ponton boven de Mekong, en door de halve zondvloed die ’s nachts plaatsvond en het feit dat enkele honden voor onze deur een robbertje aan het vechten waren met enkele ratten, zorgen ervoor dat ik klaarwakker lag en maar geen antwoord vond op de vraag: ”what the fuck am I doing here”. Ratten hebben wel vaker dat effect op mij. Ik had dus weinig geslapen en werd om het half uur in een ander vervoermiddel gestoken met chauffeurs die het fijn vonden om heel erg snel en gek op modderpaadjes met metersdiepe kuilen te rijden. Toen we de eerste keer uit de bocht gingen, ben ik tegen God beginnen spreken. Toen we in het volgende buske met gebroken voorruit, zonder deur en met de motor binnenin die snikheet was en je dus beter je benen buiten hing, platte band kregen heb ik God beloofd nooit meer te sakkeren op kerken en godsdienst. Nadat we bijna door een truck geramd werden, kon ik even niets meer bedenken om aan God te beloven omdat ik stijf stond van de schrik (Jaklien en Mysti lagen rustig te slapen en hadden niets door), maar toen viel onze chauffeur ook in slaap en ben ik gewoon maar tegen God beginnen roepen om zo ook de chauffeur wakker te houden. Ik heb in mijn leven al een paar keer heel erg schrik gehad, en die dag in Cambodja staat met stip in de top drie, dus nu ja, mijn eerste gevoel over Cambodja was euh niet echt ’hartelijk’.
Maar in Phnom Penh hadden we een buddy wonen, Athit, een Cambodjaan die ik via het werk onlangs heb ontmoet. Toen hij een uurtje nadat ik gebeld had in de bar van onze guesthouse stond en ‘Hi Jessie, what’s up?’zei, leek Cambodja plots een heel stuk leuker. Voor Athit heb ik een grote boon, en die is er alleen maar groter op geworden nadat we met hem mee op schok zijn gegaan. We zijn ook een dagje zoals het echte vakbonders betaamt mee op stap geweest naar vakbondsvrouwen die in een kledingfabriek werken die produceert voor GAP. Als enige ‘fallangs (blanken)’in een no-tourist-zone, en gastvrij bij mensen thuis ontvangen worden, vinden we toch altijd bijzonder. Uiteindelijk moet ik mijn mening herzien. Cambodjanen zijn bijzonder, in de zin van 'anders''. Een heel complex land waar nog geen twintig jaar geleden een van de grootste genocides van de vorige eeuw heeft plaatsgevonden. Die Pol Pot schaduw hangt nog over het land, en de hele Khmergeschiedenis maakt dat Cambodjanen, lijkt me, echt anders in het leven staan. Een beetje geschift, toch wel, en dat is al bij al wel fijn, alleen niet in het verkeer...
Maar ook de bustrip naar Seam Riep hebben we overleefd, dus ik moet niet mekkeren, ik heb God al even bedankt, het komt nog helemaal goed met mij.
Dit weekend gaan we twee dagen Ankor Wat verkennen, en dan is het bijna terug richting Thailand, Bangkok. En eigenlijk, als ik eerlijk ben, vind ik dat best goed. Veel gezien, beleefd, mooi, interessant, anders, oprecht, verrijkend; maar ook gedacht en gevoeld: zin om naar huis te gaan, weer even te gaan koesteren wat ook daar is. Ik blijf, blijkt toch alweer, op een of andere manier altijd een heimwee-vogel.

zaterdag 4 augustus 2007

allemaal beestjes

Ik zag haar de berg afkomen en voelde het meteen: dit wordt liefde op het eerste zicht. Hoe ze traag maar zeker die berg afkwam, een beetje pretentieus eigenlijk. Maar met pretoogjes, dat zag je, en ook een looppas die verraadde dat ze in haar nopjes was. En daarmee was ik helemaal verkocht. Hoe heet ze? vroeg ik de man naast me. "Moon" antwoordde die, en dat leek me plots de mooiste naam ter wereld. Moon was zonder twijfel de mooiste olifant van allemaal, en ze was helemaal voor mij. Eens op Moon gezeten trokken we de jungle in, hier in het Zuiden van Laos, in een boerendorpje dat TadLo heet. Moon stonk een beetje, maar dat kon me niet echt deren. Ik allicht ook, het is hier immers bloedheet. Ze had ook verbazend veel stekelhaar op haar kop, maar ook daarin zag ik verwantschap (Hizzie-style), mijn haar steekt soms ook, zo gaat dat nu eenmaal. Het was fijn daar bij Moon in Tadlo. Aan couleur locale geen gebrek. Kindjes spelen hier petanque met hun teenslippers in plaats van petanqueballen, de zonsondergang kan je aan een watervalletje bekijken waarbij enkele oudjes in het water staan te vissen en aan het tempeltje wordt er vanalles geofferd voor goodluck. Maar er is een grens aan de hoeveelheid beestjes en rurale taferelen dat een mens kan hebben. Of dat ik kan hebben tenminste. Van die twee dagen rurale traagheid en rust, kreeg ik het de derde dag toch echt benauwd. Gelukkig kwam er op dag drie een bus die ons terug naar Pakse kon brengen, een stadje in het Zuiden van Laos. In de gammele bus zaten lokale boeren, vrouwen met duizenden kroppen mais en plastiek zakken vol vissen, en kinderen zonder broek aan die als ze moesten plassen even door de venstervrije raam werden gehouden. Maar ook toen bleven de beesten me achtervolgen. Er werd even gestopt aan de markt om hupsakee de bus verder te vullen met geiten. Die werden het dak opgetrokken (aan hun oren!!) waarbij die mormels van schrik natuurlijk een hels kabaal maakten en erop los kakten dat het geen naam had. De kleine geitjes werden in de kofferbak gestoken. Jaklien vond het allemaal geweldig en nam de ene foto na de andere. Ik kon alleen maar mijn ipod opzetten om dat geblaat niet meer te horen en denken: ik eet nooit meer salade geitenkaas.

maandag 30 juli 2007

27/7 de Mekong op naar Luang Prabang

Grensovergang. Stempeltje halen en hup, boot op, rivier over en Laos verwelkomt ons met een stortbui waarbij je elkaar nog amper hoort praten. Kantoortje van lao-douane binnen. Jakki krijgt keurig stempeltje, maar bibi niet. Ik mag terug naar Thailand, moederziel alleen, want wie keert nu terug naar Thailand? Dan toch juiste stempeltje gekregen in Thailand, weer bootje op en Laos binnen. Dan gaat het snel. We kunnen nog mee op de boot naar Luang Prabang, twee dagen in een houten bootje op de Mekong. We are very excited.
Leven op een boot op de Mekong is mooi. Op het water met een briesje in de haren, zon op je arm die buiten boord bungelt. Duizend soorten groen die de hellingen van al die kronkelende bergen vullen, en rond je geroezemoes van talen. Voor even weer opgaan in de backpackers world. Vooral wanneer ik enkele Aussies hoor die weer zo Aussie zijn, voel ik het tot in mijn kleine teen waarom ik zo graag deel uitmaak van het backpackers zijn. Jaklien leeft zich ondertussen ook uit in haar verwondering om eten (oh sticky rice, oh oreo’kes!! Oreo- de survivalkost, thank god for oreo!!), in haar praatjes met de locals, gewoon door in haar continent te zijn. Op de rivier zijn, vertraagt je gevoel, zegt ze. En daarme heeft ze weer eens alles samengevat.

Na twee dagen op een houten bankje gezeten te hebben, zijn mijn tenen zo ongeveer gevoelloos geworden van het stilzitten. En sinds mijn busplastrauma ben ik ook niet meer gaan plassen dus dat begon ook te dringen.
En dan daagt plots, midden in de jungle Luang Prabang op. Het lijkt wel een sprookjesstad.

Luang Prabang is omgeven door jungle en palmbomen, telt tientallen gouden tempels, buddhabeelden en overal zie je jonge monniken in oranje kleed, meisjes op fisherprice fietskes, is er gembergeur en lijken de kindjes zo uit een fotoboek geplukt te zijn. Laos straalt een zachtheid uit die we in Europa ergens blijken kwijt gespeeld te hebben. De Lao hebben voortdurend een glimlach in hun mondhoek klaar zitten. Het is hier mooi en peaceful. Ik sta een beetje te kijken van zoveel gemoedsrust, maar word er al gauw happy van. Of zitten daar de Lao pintjes voor iets tussen, die hier enkel per halve liter te verkrijgen zijn en erg naar vedett smaken?

30/1

Gisteren heb ik een Lao massage ondergaan. Voor ik kon ontspannen, bezorgde me dit evenement wel stress. Situaties waarin ik niet weet hoeveel, wanneer en hoe ik kleren moet uitdoen, maken me zenuwachtig. Daar zitten de PMS bezoekjes uit de lagere school voor iets tussen, en ook wel het eerste gynecoloogbezoek, maar dat zijn andere verhalen. Nu lag ik in Laos op een handdoekske en was de massagemadam zodanig onder de indruk van het litteken op mijn arm dat ik me volgens haar nooit nog zorgen moet maken: you have best good luck scarf of the world, me lucky to meet you !! ok dan.

Om 5u uit de veren voor een buddhaceremonie. Jakki is al aan de praat geraakt met een monnik, ik sta wat verder aan de kant, altijd bedeesder dan Jaklien in first contacts, grappig hoe patronen blijven, ook aan andere kant van de wereld. Ik blijf geintrigeerd door de Lao, zonder twijfel de mooiste mensen die ik al gezien heb. Hoe kan het toch dat iedereen hier lacht, niemand kabaal maakt en dat alle kindjes hier zo'n snoepi’s zijn dat je ze zo in je binnenzak zou steken.

Ik ben de eerste snelle Lao tegengekomen. En dat was onze buschauffeur, 12u lang van Luang Prabang naar Vientiane. Langs bergpaadjes met zo'n haarspeldbochten en snelheid dat ik hevig, werkelijk hevig naar de touristil verlangde die natuurlijk boven op het dak in mijn rugzak zat. De Franse madam die langs ons zat was duidelijk al eerder toe aan prozac, maar we haalden het zonder noemenswaardige accidenten. En dus zitten we nu in de hoofdstad, waar er zowaar auto’s zijn en we zelfs enkele gsm’s zien. De Franse koloniale invloed is hier goed zichtbaar. Je kan hier baguette eten. En ze hebben hier van die zalige koffiebars. Hoog tijd voor een espresso met een stukje tarte de pomme, lijkt me. Tot later guys. Liefs, J en J

26/7 Chiang Kong – Huai Xai, de grens over naar Laos.

Jakki had me weten plakken om met de bus te reizen. Bussen –zeker in Belgie- maken me een beetje zenuachtig, maar Jakki zei: Thai bussen zijn zoals in Chili. Aangezien ik altijd met een beetje weemoed terugdenk aan Chili, zag ik het wel zitten... de eerste volle tien minuten toch van onze 12u durende rit.
Ik had al de Peruviaanse newbeatvideoclips tonende bussen gehad, ik had al de Boliviaanse bussen waarin ze achtereenvolgens de paus en Osama Bin Laden in het Spaans dubten, en ik ademde nog na mijn eurolinesbussen waarin ik alle mogelijke versies van Rocky geserveerd kreeg. Maar dat is allemaal klein bier in vergelijking met Thais drama. Thais drama is hallucinant. Niemand spreekt. Iederen roept. Vrouwen dragen weerzinwekkend grote brillen. Het was een drama met crimi-elementen en dus moesten er uiteraard mensen in twee gezaagd worden, waarbij de helden ter redding kwamen met sumiworstelaarachtige gebaren. Ik verlangde hevig naar Sylvester Stallone, nooit gedacht dat het zover kon komen in mijn leven. Nee buddha had geen mercy met mij. Bovendien was ik een oordop kwijtgeraakt. Je vinger 5u lang in je linkeroor proppen is geen lachtertje.

En toen moest het ergste nog komen. Net toen ik eindelijk geinstalleerd was en me had overgegegeven aan het ritme van de bus- Jakki heeft gelijk dat je met de bus leuk het leven langs de weg kan gadeslaan- moet ik plassen. En net als ik die wc een positie heb gevonden om al zwevend toch stabiel te staan op een rijdende bus zonder mijn handen tegen die vieze muur te moeten zetten, gebeurt het. De bus remt bruusk, mijn wc-deur vliegt open en de achterste helft van de bus gaapt mij zwijgend –ik nog steeds in zwevende houding met mijn broek op mijn schoenen- aan. Snel denken: de deur vlug toetrekken maar dan moet ik met mijn broek aan mijn voeten twee meter vooruit stappenm of eens vriendelijk teruglachen en eerst mijn broek optrekken. Maar ik moet nog steeds dringend verder plassen. Gelukkig stapt op dat moment de andere buschauffeur net uit zijn slaapkot en slaat daarmee mijn wc-deur toe.
Busreizen zijn bijzonder vermoeiend voor mij. En toch. Als het weer licht wordt en we langs dorpjes rijden met palmbomen en tempeltjes terwijl de lucht oranje kleurt en de Thaise radio2 melancholische liedjes draait, ben ik happy onderweg te zijn.

Brussel London Bangkok

We zijn er nog eens mee weg. Daar met z’n tweeen – met de vertrouwde rugzakken- in de luchthaven rondtsjaffelen doet ons even terugdenken aan de laatste keer dat we hier zo stonden. Toen kwamen we net terug, werden we opgewacht door een onverwacht grote meute, en zagen we thuis zijn wel zitten. Een dik jaar later kunnen we niet wachten weer weg te zijn. Reismicrobe is een aardig beestje.

Vlucht naar London vertraging. Vertraging loopt zodanig op dat aansluiting naar Bangkok halen spannend wordt. Net op tijd gearriveerd in London. Om dan te horen dat vlucht uitgesteld is tot morgen. Technisch defect. Nachtje London dus. De nationale Australische baseballploeg volgen, lijkt me een goed plan, maar zo belanden we op verkeerde bus, en dus verkeerd hotel. Na een nachtelijke wandeling in London belanden we in het juiste, extravagante Park Inn hotel. Jaklien piekt ongeveer alles wat losligt naar goede gewoonte mee (veel opgetrokken met Vera DW?)

Vlucht naar Bangkok. Qantas is good for you. Free bubbles, dus bibi happy. Jaklien kijkt thrillers, want daar wil ik thuis nooit mee naar kijken. Ik kijk drie keer na elkaar naar Love Actually. Dat is nu eenmaal een goeie film.

Aankomst in Bangkok. Azie ruikt meteen anders, voelt anders. Bangkok is heel druk. East meets West. Verspreis over de stad heel veel temples en Buddha’s, maar ook een kapitalisme dat erg op consumeren is gericht. Bangkok is big business. De Thai zijn heel vriendelijk, zodat je eigenlijk amper door hebt dat ze je proberen rippen, of zonder verpinken in je gezicht staan te liegen. Symptoom van massatoerisme lijkt me. Hadden de Cubanen ook last van.

Thailand lijkt me bloemetjes, wierookstokjes, koriandergeur en lekker eten. Beminnelijkheid, maar ook meer gepolijstheid dan de Zuid Amerikanen, en traagheid, in spreken, in stappen, in glimlachen.
Wat erg opvalt zijn de Thaise mannen. De slechts 5 heteromannen die we zijn tegengekomen zijn oud, taxicauffeur zonder tanden en kennen slechts 1 zin Engels Thai ladies vely beautiful. De rest zijn jongetjes die liever meisje willen zijn. Waarom ze die sport Thai boxen noemen, is me een raadsel. Kan onmogelijk over Thaise mannen gaan.
Wat nog opvalt, is dat de Thai amper Engels kunnen. Voor een land met zoveel toeristen, voelt het echt vreemd dat je niet echt een praatje kan slaan met de locals. Soms ook stresserend, wanneer je net met hand en tand hebt zitten uitleggen dat je naar de busterminal moet en na een uur rijden door de traffic jam van Bangkok plots de luchthaven voor je ziet opdoemen bijvoorbeeld... Toch in de busterminal geraakt, maar ook daar weer. How much for a busticket to Chiang Kong? Yes. When does the bus leave? Yes. Is there anyone who speaks English here? Yes. You? Yes. Are you ugly? Yes. Hopeloos dus. Toch op de bus geraakt!

zondag 22 juli 2007

Reisvoorbereiding

“Je stukjes op je blog hebben niet echt een pointe. Vroeger hadden je stukjes dat wel”, zegt ze tussen de boterham met kaas en confituur door. Ik kijk even op van mijn mok koffie, vragende blik. Maar Jaks is ondertussen al weer in de krant verdiept. “Leterme is toch een lul”, vervolgt ze. “Met of zonder pointe?”, vraag ik. Ze lacht, ik heb haar aandacht weer. “Als jij maar vuile praat kan verkopen.”
Ontbijttafereel in Kessel-Lo. Praten over stukjes schrijven, vroeger en nu.
Vakantie is… tijd voor ontbijttaferelen.

Nog twee dagen en dan vertrekken we naar “het koninkrijk van een miljoen olifanten” dixit de Lao. Laos is het dunstbevolkte land van Azië, met slechts 5.8 miljoen inwoners, maar wel 68 verschillende bevolkingsgroepen. Het wordt mijn eerste keer Azië, ik kijk er ontzettend naar uit. Naar het schijnt waart Boeddha daar nog rond. Een olijke dikkerd met chill als middle name. Na het racetempo waarin de eerste helft van 2007 zich afgespeeld heeft, zie ik die boeddha wel zitten. Jaklien precies ook, want ik vind op haar bureau het boek “Zen, en de kunst van het motoronderhoud”. Het kan aan mij liggen, maar ik vind die titel redelijk verontrustend. Motoronderhoud? Ik neem me voor niet te veel vragen te stellen. En leg voor mezelf mijn pocket “yoga voor beginners” nog eens klaar. Sinds ik dat boekje drie jaar geleden kocht, ben ik toch al aan de volle eerste vijf pagina’s geraakt. Als de moesson daar in Laos lelijk gaat huishouden, zoals worldweathernews mij onheilspellend meedeelt, zal ik tenminste vanonder een bamboorieten dakje de zonnegroet feilloos kunnen brengen. Dat is nu eens wat ik noem een deftige reisvoorbereiding.

Ik ben altijd bijzonder in mijn nopjes als ik aan reisvoorbereiding kan doen. Liefst van al begin ik weken op voorhand. En leg ik zo ongeveer alles van mijn persoonlijke spullen bij elkaar om dan te gaan schiften. Nee, tennissen gaan we niet doen in Laos. Gitaar, don’t even think about it. En drie paar zonnenbrillen is erover. Mijn verdere voorbereiding spitst zich vooral toe op a) welke boeken neem ik mee b) welke muziek zet ik op mijn i-pod c) mezelf een limiet opleggen in aantal t-shirtjes die meemogen d) allergiepillekes inslaan en e) de mama nog eens bellen. Met die top 5 haal ik het wel. Dacht ik altijd. Want wat lees ik net in de reisgids? “Malaria is de meest gevreesde ziekte voor reizigers naar Laos. Specialisten omschrijven de Laotiaanse malaria als een van de taaiste ter wereld: hij is resistent tegen de in omloop zijnde antimalariamiddelen en vaak zelfs tegen intraveneuze kinine. Neem zoveel mogelijk voorzorgen. Een doeltreffend middel is deet en uiteraard neem je een muggennet mee.” Uiteraard neem je een muggennet mee. D’Oh!
Jaklien, die er een heel andere soort reisvoorbereiding op nahoudt,
stuurde mij gisteren ’t stad in om een muggennet te gaan kopen, maar onderweg naar de AS, passeerde ik de Fnac, belandde daar op de boekenafdeling, herinner me aan m’n zelfopgelegde maandelijkse Fnacbudgetlimiet en wandel mijmerend of Harry nu al dan niet gaat sterven terug naar huis –zonder muggennet. En vandaag is het onze aller Belgische feestdag, en zijn de winkels dicht. En dus vertrekt bibi én zonder Harry Potterboek, én zonder muggennet naar Laos. Of hier een pointe in zit? Ik weet het niet, maar liefde is ook: niet altijd een pointe moeten hebben. En een éénpersoonsmuggennet delen.

donderdag 19 juli 2007

Gent

Gentse Feesten. Dat is elk jaar anders. En ook weer helemaal niet.
Ik was 14 toen ik de eerste keer naar de Feesten ging, ik mocht mee met nicht Els, die toen in Gent (huisje in de visserij) woonde, op de PVDA-lijst stond en mij de geur van schraal bier in het Baudelopark deed ontdekken. Els woont ondertussen al enkele jaren in Gambia, is geen communist meer, en heeft niet echt meer iets met Gent.

En toch. Als ik tijdens de Gentse Feesten in het Baudelopark kom, denk ik nog eens aan haar. Aan hoe ik eigenlijk toch via haar mijn eerste ‘linkse’ pasjes ooit zette. Door mijn klas op te stoken om tijdens de schooluren mee te doen met een PVDA-betoging (mislukt want de leerkracht Frans tijdens wiens uurtje het doorging en waarvan ik dacht dat ik die kon winnen voor de goeie zaak, was gaan klikken bij de directeur. De uitbrander van Cloet, de directeur, deed mijn links vlammeke even uitgaan; zijn latere foute inschatting door mij in het vijfde middelbaar Hanne Vandercammen als leerkracht Nederlands te geven zorgde voor een nieuwe linkse opflakkering). Met de PVDA en mij is het toch nooit echt goed gekomen.
Hoewel ik één keer toch opnieuw laten we zeggen ‘gecharmeerd’ was. Dat was ook weer in Gent. Op 19 oktober 2001. O19. België was voorzitter van de EU en de andersglobalisten waren na Seattle ook van plan in België van zich te doen spreken. Dat vond bibi een bijzonder goed idee. Op 19 oktober was ik om 6u ’s ochtends al op pad met mijn radiosetje want ik moest en zou verslag uitbrengen van “het verzet”. Dat de rest van mijn groepeke (steffi, de kwoaren, tom, kurt…) het een schoolopdracht als een andere vonden, kon mij niet deren. Op 19 oktober ging ik in hoogsteigenpersoon het neoliberalisme bestrijden. En dus dweepte ik met alle linkse rakkers die ik toen in Gent tegenkwam. Ik interviewde Eric Goeman van Attac, Jan Blommaert, de prof, Han Soete, PVDA én man van Indymedia en Luc De Vos. Ik voelde mij een sterreporter. De rest van mijn groepeke vond mij redelijk irritant.
Maar toen Gorki “keep on rockin’ in a free world” inzette, geloofde ik echt, heel echt op dat moment, dat de wereld kon veranderen. Dat Gent de wereld kon veranderen.

Ik denk dat het dat is, dat ik telkens opnieuw voel, als ik in Gent kom. Het gevoel de wereld een beetje in je binnenzak te kunnen steken, en er iets mee te doen. Misschien is dat mijn privilege geworden nu ik er niet meer woon. Dat ik het niet vanzelfsprekend vind, dat ik opensta voor verwondering. De vibes van Gent, mijn vibes. Met dank aan Steffi, zonder wie Gent niet hetzelfde zou zijn (WK kijken in den hemel), aan Thai Stef (voor de 4sterrencrash plek en eres tu), aan Tine (voor de legendarische tae-bo sessies), aan San en Natasha (voor het barcelona-plan), aan Mieke (toen was alles nog koek en ei), aan Kurt (voor de radio-repo met de sprinkhanen), aan Sieg (voor fabula rasamomenten), aan Nati (voor het water), aan Els DT (voor het analyseren), aan Lizzy (voor de kids). En al die anderen natuurlijk. Van toen op 19 oktober, en van al die tijd ervoor en erna.

Als ode aan Gent, én de nachten van de Gentse Feesten, op en aan het water.
“Als ik je morgen ergens tegenkom. Els De Schepper.”

Als ik je morgen ergens tegenkom
Dan weet ik dat ik val
Voor je fonkelende ogen
Over wat ik zeggen zal

Als ik je morgen ergens tegenkom
Dan weet ik dat ik smelt
Voor je wondermooie lichaam
En voor al wat je vertelt

Ook al is er veel veranderd
In het leven dat ik leid
En als ik achterom kijk
Is er weinig dat me spijt
Maar er was iets tussen ons
Ik raak het nooit meer kwijt
Er was iets tussen ons
Dat me bijbleef al die tijd

Als ik je morgen ergens tegenkom
Dan vrees ik dat ik ren
Zo ver ik maar kan lopen
Tot ik buiten adem ben

Als ik je morgen ergens tegenkom
Zal het knagen binnenin
Het was kiezen en verliezen
Geen weg daar tussenin

Ook al is er veel veranderd
In het leven dat ik leid
En als ik achterom kijk
Is er weinig dat me spijt
Maar er was iets tussen ons
Ik raak het nooit meer kwijt
Er was iets tussen ons
Dat me bijbleef al die tijd

Ook al is er veel veranderd
In het leven dat ik leid
En als ik achterom kijk
Is er weinig dat me spijt
Maar er was iets tussen ons
Ik raak het nooit meer kwijt
Er was iets tussen ons
Dat me bijbleef al die tijd

In de krant vandaag

In de krant vandaag – rubriek “De Zomer van de liefde”, Sven aan het woord.
Nog voor ik aan het interview begin, valt mijn oog op de foto. Sven, dat gekende trekje rond de mond, handen stoer in de zakken. Speels lachje, kijkt hij strak de cameralens in. Sven makes me smile. Hoe hij daar op de foto staat. Stoere, open blik; en ook weer helemaal niet. En dan lees ik het artikel. En nog eens, en nog eens. En nemen via Sven m’n gedachten me even mee.
Hoe ik bedenk dat het soms ook wel erg fijn is om holebi te zijn. Anders. En samen met anderen anders, dat vooral. Denk ik terug aan mijn periode bij Uit De Kast. Zo fout, maar zo fijn, die radio maken. Het holebiwereldje per microfoon ontdekken (altijd handig als opener bij meisjes), maandenlang Eurosongliedjes draaien (wat doe je met maar twee CD’s), met Sven en Tom op stap, altijd maar opnieuw speciaal gevallen als medewerker krijgen (de stotterende homochinees hebben we toch buiten kunnen houden), en als dieptepunt een interview met Sarah Bettens per ongeluk deleten voor je het op de radio hebt gesmeten (ik heb toen het begrip dramaqueen een nieuwe dimensie gegeven). En denk ik aan Wel Jong Niet Hetero, aan de kampen, de fuiven, de ook weer heel erg soms foute maar fijne tijden. Denk ik vooral aan de vrienden die ik daar van meedraag, toch wel altijd op een bijzondere manier “mijn mensjes”, al is het alleen al omdat zij meer dan anderen weten hoe fout fout en fijn kan zijn.

Sven heeft het in het interview ook hoe de tijden ondertussen toch echt veranderd zijn. Ik denk terug aan die allereerste keer dat ik het eindelijk aandurfde om naar een holebifuif te gaan, nog nooit een holebi van dichtbij gezien …(nu heb je -dixit Steffi-zelfs al een ware Lesbollah) hoe ik daar mijn ogen stond uit te kijken en dacht “heeeeelp”. En toen was er Madonna’s “ray of light”, en iemand die me op de dansvloer tussen die meute holebi’s trok. Plots was het meer van: hey, this could be awesome! Heel wat minder awesome werd het toen ik bedacht dat ik nu ook wel eens wat vrienden en familie mocht 'informeren'. Doen deed ik het weer zo ongeveer elke keer in mijn broek. Maar ook dat overleef je. Met dank aan de sympathieke reacties van vrienden bij de coming out van toen. (Tine: tof, tof, vertel, vertel, hoe is dat dan sex? Hanne: no shit! hebt gij da zelf nu maar door ofwa? Lynn: jessken, is het dat maar ofwa dat je me nu al een half jaar probeert te zeggen? en enkele jaren later Steffi: oh nee, nog één)
Nu zijn we bijna tien jaar verder, en nog altijd kan de coming-out wel eens sputteren. Zo praten mijn kapster, en de waxmadam van de beautyclub nog altijd over “mijn vriend” en heb ik ze –nog altijd- niet euh bijgestuurd. I know, I know, maar ja, stel dat mijn kapster van ’t verschiet mijn kapsel verkloot, no can do!! En stel dat die waxmadam met haar hete wax uitschuift …


www.standaard.be/zomervandeliefde
www.uitdekast.be
www.weljongniethetero.be

maandag 9 juli 2007

Marokko

Ooit al iemand een studiereis gemaakt? Ik nu wel. 8 dagen op studiereis naar Marokko. Studeren over onder andere sociale dialoog, de islam, de vrouw en de islam, democratie en sociale economie. En ik die dacht dat de uiteenzettingen van Boudewijn Bouckaert op de unief al ergerlijk waren. Praten dat die Marokkanen kunnen. Praaaaaaaaaaaten. Urenlang zelf het woord nemen waarbij ze 700 keer herhalen dat ze klaar zijn voor een open debat. Open debat? Tegen de tijd dat die eerste Marokkaan meestal uitgepraat was, groeiden er al spinnenwebben aan mijn notaboekje en moest ik al 30 keer mijn tenen krullen om er niet vandoor te gaan. Nu heb ik het sowieso wel moeilijk om lang te blijven zitten en luisteren maar in Marokko hebben ze toch alle records gebroken. Vooral als ze over de islam begonnen, zag ik Mohammedaanse sterrekes vliegen. Toen ik telkens ze het over de islam hadden echt moest beginnen niezen, was het voor mij duidelijk: het is buiten mijn wil om, maar ik ben allergisch aan godsdiensten. Ook aan kamelen ben ik allergisch en aan de overdosis aanhunkruiskrabbende mannen die m’n weg kruisten in Marokko. Was dan alles negatief? Bijlange niet. Ik had een zalige groep mede-studiereizigers, met veel humor, veel flexibiliteit voor voortdurende veranderende dagprogramma’s, en veel dorst. Dat zat dus wel snor. Over snorren gesproken. De Marokkaanse vrouwen lopen er in Casablanca veel moderner, minder gesluitered bij dan in pakweg Schaarbeek. Trouwens een aantal ferme madammen ontmoet, die qua interventies (geen blabla), projectbeheer en langetermijnvisie met kop en schouder boven hun mannelijke collega’s staken. Dat is trouwens mijn indruk van andere landen in Afrika ook. Zoals Rabiatou bijvoorbeeld, die in Guinee als vakbondsvrouw haar corrupte regering op de knieën kreeg. Zoals Wangari Maathai die in Kenia de boomplantbeweging startte en daarmee duurzame ontwikkeling een gezicht gaf in Afrika. Om maar enkelen te noemen. Misschien moet ik dus maar niet te streng zijn in mijn oordeel over Marokko. Het zijn misschien m’n types niet, maar de vrouwen in Marokko zorgen voor een dynamiek die het land sterk vooruitstuwt. Dus als de vrouwen het in Marokko en bij uitbreiding in heel Afrika meer voor het zeggen krijgen, wil ik ooit wel nog eens teruggaan. Maar tussen mij en de islam, komt het nooit meer goed.

Ongebroken, de net uitgekomen autobiografie van Wangari Maathai

donderdag 28 juni 2007

Werchter

Vanmorgen zag ik ze neerstrijken in het station van Leuven. De Werchter-gangers. Met een beetje afgunst keek ik naar nonchalant neergegooide rugzakken, tenten, bbq, en andere festivalgear. Terwijl ik doorsloefte naar het perron voor de trein naar Brussel, hingen zij wat rond, wetende straks aan de “wei” te arriveren, en daarmee vier dagen van de wereld te zijn. Als het blijft gieten zoals de afgelopen dagen, mogen ze hun “wei” wel hebben. Maar toch, alleen al het idee om de vrijheid te hebben vier dagen naar muziek te luisteren en wat te chillen met vrienden…. Aaaaaah, dan is de trein opstappen naar het werk een pijnlijk contrast.
Wat is dat toch? Sinds ik 28 geworden ben, wentel ik mezelf voortdurend in zelfmedelijden dat ik geen 18 meer ben.

Mijn eerste Werchter, was in feite Torhout, alweer 13 jaar geleden. Lynn en ik hadden onszelf uitgenodigd om aan te sluiten bij de tennisboys. Ons tentje stond zelfs al opgezet toen wij met z’n tweetjes op vrijdag arriveerden. Dat het een stekkedoos groot was en dat de appeljenever er al een hele dag had in liggen koken, kon ons toen niet deren. De eerste nacht op een festivalcamping (Freeeeeddy nekhaar), de eerste joint (ben ik nu al high?), de eerste combatschoen tegen je kop (ik voel hier meer van dan van die joint), de eerste keer zwaar stuiken over tentdraden (waarom vind ik nooit mijn eigen tent terug?), de eerste keer zweven boven een veel te vuile festivalwc (kramp, kramp), de eerste keer meedoen aan een watermeloenschillengevecht. Het waren de dagen dat Offspring en Bodycount hoge toppen scheerden. Achteraf gezien ook goed fout allemaal. Dat ik er ook ooit in geslaagd ben om tijdens het optreden van Faithless rechtopstaand in slaap te vallen, leek alvast een voorbode dat mijn gestel niet zo erg bestand leek tegen festivalitis. Maar er kwamen toch nog vele Torhouts en Werchters met oa Alanis Morissette, Sheryl Crow, Counting Crows, Ben Harper, Eels, Coldplay…een beestig goed concert op een wei met een goei pint beleven, blijft toch een fantastisch iets. Kaiser Chiefs, Bloc Party, Joan as Policewoman. Dat zou mijn Werchter top drie van dit jaar zijn. Gelukkig heb ik die toevallig ook op mijn i-pod staan. En zal ik daar vanavond een goeie pint op drinken.

woensdag 27 juni 2007

Verlangen is een context van zijn

Soms, soms lees je iets, en blijf je een tiental keer dezelfde paragrafen lezen. Omdat het lijkt alsof iemand in je hoofd even is komen kijken, en daar de woorden heeft geordend, die je zelf nooit zo neergeschreven zou kunnen hebben. Ik denk dat daar het verschil zit tussen mensen met schrijftalent, en mensen die een blog hebben ;-)
Die laatsten kunnen gewoon overnemen wat andere geniale koppen neergeschreven hebben, en in de waan zijn dat iedereen vrij is om zich woorden, zinnen, paragrafen toe te eigenen.

Hierbij de bewuste paragraaf. Ben blij dat ik em toch even kan “lenen”, al wou ik stiekem dat ik em zelf had neergeschreven.

Verlangen is een context van zijn.

Neen, ik ken mezelf niet. Althans niet helemaal. Ik weet niet precies wie ik ben. Ik ben niet evenwichtig maar juist zeer variabel. Afhankelijk van omstandigheden, zou je kunnen zeggen. Ik voel mezelf geliefd, maar veel zekerheid omtrent mezelf geeft me dat niet. Ik zie mezelf als een archivaris die alle facetten van zichzelf zorgvuldig verzamelt en alle door elkaar lopende ikjes aan elkaar rijgt tot een kleurige ketting. Anders dan ik als kind fantaseerde of als puber beweerde, vermoed ik nu dat ik die verschillende, soms tegenstrijdige aspecten van mijn persoon zal moeten dulden. Ik wil geen definitieve houvast. Ik voel niet langer de onstuitbare drang om een afgelijnd imago van mezelf te presenteren.

Ik presenteer mezelf in de dingen die mij omringen, in de gebeurtenissen die zich in mijn leven voltrekken, in mijn werk, in de daden die ik stel. Ik herken mezelf in de mensen die ik ontmoet, in de mensen die ik bemin. Ik ben geen synthetische eenheid van uiteenlopende referentiepunten, maar eerder een bruisend energieveld van dissonante lijnen door elkaar. Soms ben ik het breed uitdeinende zich overal thuis voelende zelf, soms het enge, samengetrokken in elkaar gedoken zelf. Het is zo wisselend dat het verwarrend is. Maar er is geen uitweg naar een éénduidige oplossing. Ik ben Ariadne niet, die met een rode draad het labyrint ontvlucht. Ik ben het labyrinth.

Soms is mijn zelf er wel en soms weer niet. Soms duikt het op en stuurt het mij met felheid waar ik bang van word, in een nieuwe richting. Soms verdwijnt het en laat mij doelloos achter.
Mijn zelf is een veelheid aan emoties. Het is een verlangen van zijn. Meer nog, het verlangen bepaalt mijn zijn. Het is de drijfveer van mijn tocht door het leven, als een nomade. Een nomade zwerft rond, nooit alleen, steeds onderweg naar plaatsen.

Een vreemde eend in Afrika

Zaterdag vertrek ik voor het werk naar Marokko. Van alle continenten, spreekt Afrika mij het minst aan. Of Noord-Afrika tenminste. Of Islam-landen. Ik weet het niet zo goed. Maar feit is, ik loop niet warm voor mijn vertrek naar Marokko.

Ik probeer nochtans wat “Afrika-feeling” op te doen. Het boek “een vreemde eend in Afrika” werkt alvast aanstekelijk. Maar dat heeft meer te maken met het feit dat het het relaas is van twee Vlaamse gasten die gewoon vollebak voor het avontuur, voor hun droom zijn gegaan. Daar ben ik altijd voor te vinden. Met een 2 pk, "een geit" dwars door Afrika trekken.
Gert Duson schrijft: “Het verhaal is in de eerste plaats geschreven voor hen die –net als ik- op een grijs kantoor in de stad werken en dagdromen over de grote ontsnapping aan de dagelijkse plichten, over een onderdompeling in vreemde culturen, vreemde continenten en over Avontuur met een grote ‘A’.
Daarmee heeft Gert meteen mijn aandacht. Leuk boek. Knap project. Dromen najagen. Het is een lastig virus, dromen najagen. Ik ben een dromer, en dat is soms best vermoeiend. Gelukkig is het fijn optrekken met “mede-dromers”. Ik hoop ze na Marokko weer te treffen. Daar hebben de Gentse Feesten hun bestaansrecht voor.

“Misschien zal het jullie inspireren tot jullie eigen avontuur”, besluit Gert.
Het "ik" is een nomade. De nomade is de zwervende mens die plezier schept in beweeglijkheid, zowel van zijn als van denken, is een quote uit een ander boek dat me altijd is bijgebleven. Ik zal dus eens gaan “zijn” en “denken” in Marokko. Wie weet welk avontuur er uit de bus komt… :-)

http://www.brussels-capetown.com/nl/default.htm

dinsdag 26 juni 2007

Barcelona

Berichtje binnengelopen uit Barcelona:

Natasha gaat in het kader van haar werk opleiding geven in India, waardoor haar leuke flat in het centrum van Barcelona twee maanden vrij komt. Wie zin heeft om voor een "vriendenprijsje" een flat te huren ergens tussen 1 augustus en 21 september, stuur een mailtje naar ncasteleyn@hotmail.com

Zomer boekentip (gelinkt aan Barcelona): Eduardo Mendoza: De stad der wonderen.
Leukste Barça film: L'auberge espagnole.
Absolute must: de champagnería, calle Reina Cristina, vlakbij Barcelonetta.

Wie heeft er eigenlijk trouwens nog mijn reisgids van Barcelona, die ik ooit weer eens heb uitgeleend?

Bakvis


Gisteren naar Jericho gekeken. Alleen al de naam intrigeerde mij. Maar daar kwam al gauw hoofdrolspeler “Jake” ook bij. Jongens als Jake –ze zijn niet dikbezaaid, ik geef het toe- weten me in vervoering te brengen. Niet omdat Jake gedoemd zal zijn zijn dorp Jericho van de ondergang te redden, maar omdat Jake zo’n type “Dylan” is. Wat mysterieus, gekweld, schijnbaar nonchalant. Warrige haren, hese stem.
Dan komt de bakvis in mij boven. Ik dagdroom nu dus van Skeet Ullrich (in het diepst van mijn gedachten, scheur ik nu al mee in zijn corvette over route 66), zoals ik vroeger alleen op donderdag de twee uur Latijn overleefde omdat er ’s avonds Dylan was. Beverly Hills 90210. Ik had het nochtans eerst voor Brandon, want die schreef voor de schoolkrant, en ook ik wou journalist worden. Maar Dylan was een surfer, én had een speciaal littekentje aan zijn wenkbrauw. Dat vond ik nog cooler.
Een beetje later ontdekte ik Tour of Duty, en had ik toch terug een boon voor de journalist. Al was het in dit geval journalist-e, want veel meer dan voor die stoere mannen in legeruniform, had ik het voor oorlogscorrespondente Alex. Wat ik van die periode overhou, zijn teveel Tour of Duty CD’s, en de eerste keer dat ik mezelf de vraag stelde of het niet een beetje raar is dat ik meisjes altijd leuker vindt dan jongens. Sinds Alex van Tour of Duty ben ik meisjes altijd maar leuker en leuker gaan vinden (ja, ik ontdekte ook Baywatch :-)). En toch. Ik kon het niet laten, met mijn onlangs opgelopen Grey’s Anatomy verslaving heb ik in mijn kamer McDreamy opgehangen. Eens bakvis, altijd bakvis.

http://www.cbs.com/primetime/jericho/

zondag 24 juni 2007

Connie

Het eerste boek dat ik van haar -Connie Palmen- las, swept me off my feet. Er was mijn leven voor "De Vriendschap", en mijn leven na het lezen van "De Vriendschap".
Connie Palmen heeft voor mij lang een status van ongenaakbaarheid gehad. Er volgde nog I.M., en ook "Echt contact is niet de bedoeling", een boek dat, telkens ik het ter hand neem, me in een andere wereld brengt.
Dat is heel wat. Niet zo heel veel mensen kunnen me in een andere wereld brengen. Connie kan dat, of beter: kon dat.
Want het heldenstatus dat ik haar toegeschreven had, begon te tanen, nadat ik haar enkele keren live of op televisie zag. De magie van haar woorden verdwenen in de walm van hooghartige afstandelijkheid. Met haar boek "Geheel de Uwe" ben ik afgehaakt. Maar achteraf gezien kan dat ook te maken hebben met het feit dat ik van Maud dat boek gekregen heb ;-) Maar haar wartaal -ze bleek ook later een alcoholprobleem te hebben- bleef me intrigeren. Mensen die warrig zijn, een warkop hebben - zij, net als ik ook letterlijk- ze doen me iets.
En nu ik net een paragraafje uitgelicht zie uit haar nieuwe boek -Lucifer- denk ik dat de liefde weer opgeflakkerd is.

Uit: Lucifer

‘Sommige mensen kunnen in een oogopslag een hele omgeving in zich opnemen, maar dat kan ik niet. Eerst moet ik de verlegenheid en lichte weerzin tegen onverwachte ontmoetingen overwinnen om gehoor te geven aan de roep van de wereld en eropaf te koersen. Worstelend met die tegenstrijdigheid kon ik alleen de straat oversteken door mijn ogen strak gericht te houden op de man die zijn hand de lucht in stak en me daarmee persoonlijk lonkte en leidde.Zo liep ik op die dag in juli naar het kleine gezelschap toe. Ik wist niet dat ik op dat moment op mijn verhaal afstevende en dat daar, op een terras in Amsterdam, de speurtocht begon die me een jaar lang volledig in beslag zou nemen. Het zou een tocht zijn langs de afgronden van een turbulent huwelijk en een evenzo turbulente tijd, een zoektocht naar de betekenis van een eenzame zin in een dodenadvertentie en van een kunst die zelfs atheïsten in het bestaan van God doet geloven: de muziek. Afstevenen op een verhaal is een misleidende uitdrukking, alsof een verhaal kant-en-klaar op straat ligt en opgeraapt kan worden. Zo is het niet. Verhalen worden gemaakt en juist daarom zijn ze interessant. Alles wat gemaakt wordt onthult de maker.’

www.conniepalmen.nl

Hoe ze het doet, weet ik niet. Maar ze heeft me weer helemaal. Kon ik morgen maar naar de boekenwinkel rennen, en me met Lucifer weer in een andere wereld laten brengen.

Mijn meest intense ik-beleving: tegenstrijdige dualiteit. Ik denk dat het dat moet zijn, waarom ik Connie als een bondgenoot zie. Ze is een meester in het beschrijven en analyseren, het ontrafelen, van tegenstrijdige gevoelens, gedachten en wensen. Dat is een godsgeschenk voor mensen als ik.

poëzie in mei


In mei had ik een poëtisch moment.

TITO

Het is vooral, denk ik,
Hoe je daar ligt,
Om je heen kijkt,
En altijd weer, rust lijkt te hebben
In de dag,
’s ochtends vroeg al, uitkijkend,
blij om wat is.
(nooit vragen om wat niet is)
’s avonds laat nog, beschouwend,
dat vandaag weer mooi is geweest
(zonder nostalgie).
Tussen twee dromen door,
blijf jij doorhuppelen;
ik niet; ik slenter, ren,
kijk links achterom, rechts vooruit,
en trap of trappel soms maar door,
(al huppel ik soms ook wel graag).

Het is denk ik,
Hoe je me vertedert;
Hoe je stijlvol languit gestrekt je konijnenrijk overschouwt: vrede met je zijn.
Hoe je door me heenkijkt als ik rusteloos langskom,
en je speelse blik me rustig maakt.
Hoe je me lachen doet wanneer je vrolijk aangehuppeld komt.

Ze zeggen dat je maar een konijn bent,
Maar voor mij ben jij meer
Je bent soms alles wat ik niet opbrengen kan;
Vrolijk, lief, trots, berustend.
Het mooiste van zijn,
denk ik.

Goedele ... en Flair

Oproep: tof magazine gevraagd.

Het is vooral wanneer je lang onderweg zal zijn, dat je weet: leesvoer is levensnoodzakelijk. Naast boek en krant, hoort daar een goed magazine bij. Om dan telkens -na drie kwartier ronddesteren in de krantenwinkel- te beseffen: in Vlaanderen is er geen tof, deftig magazine meer. Humo? zielig. Dag Allemaal? opperzielig (maar sterkste stijger op de markt!), P-magazine (tja, 't is dat de artikels de foto's verbrotten). Woef misschien (maar ben allergisch aan honden), of Milo (verkeerde doelgroep). Libelle! De dag dat ik Libelle koop, kan het alleen maar steevast bergaf gaan met me. Zizo? (geeeeuw), Glam*it? (uitgelezen in 7 seconden), Knack? (ingewikkeld is geen synoniem voor interessant).
MO*. De MO* moet ik hier natuurlijk wel even vermelden. Met de MO* is niet alleen ook J&J begonnen, met MO*'s voorloper (De Wereld Morgen), is het voor mij zelf ook allemaal een beetje begonnen... Goe boekske, interessante site (www.mo.be) voor al wie "globaal" wil lezen, maar niet de lectuur die je mee wil onderweg ...
Goedele. Ik richt al mijn hoop op Goedele. Don't let me down, Goedele! Maar één tip: change the fuckin' name. GOE-DE-LE??!!

Berichtje uit de oude doos: "Flair" (20/01/07)

Vanop de toonbank schreeuwt de kop me toe. “ Kom klair met Flair”. Een vlugge blik op het glossy blad leert me dat het de dag van het orgasme is. En dat mag al eens gevierd worden. Met een mini-dildo aangeboden door Flair.
Ik blijf net iets te lang naar het blad staren, zodat de verkoper me bemoedigend toeknikt. Maar het is geen gène die me ervan weerhoudt dit weekblad te kopen.
“Kom klair met Flair”. Menen ze dat nu echt? Zelfs een kleuter kan op die manier rijmen! Ik betaal vlug mijn krant en haast me uit de winkel.

Ook wij hadden thuis een abonnement op Flair. Ik keek steeds reikhalzend uit naar de stukjes van Tomas Siffer. Er stond al eens een leuk interview in met een interessante vrouw, of een aanstekelijke reisreportage.
Dat lijkt al weer jaren geleden. Ook de Flair gaat mee met haar tijd! Alleen jonge, echt vooruitstrevende vrouwen, begrijpen waar er nood aan is. Aan leuke, spitsvondige artikels voor en door de vrouwen van 2007. En dus krijg ik voorgeschoteld wat de vrouw van vandaag wil. Sex en slank. Duizenden tips, honderden getuigenissen. Helemaal voor mij! Lezeressen klappen uit de biecht. Lezeressen geven zich bloot.
Is dat zo, vraag ik me af? Ik zie het al voor me. Redactrice van de Flair pikt willekeurig nummer uit het telefoonboek en belt op: hallo, leest u Flair? Geweldig! Wilt u in uw blote kont in ons boekje staan? Tof! Kan u ook getuigen over hoe uw man u best bevredigt? Dat doe ie niet? Nog beter! Ik kom eraan met fotograaf!

En de wekelijkse gadgets. Wat een vondsten elke keer! Flair weet wat vrouwen nodig hebben. Jonge, dynamische, carrièremakende vrouwen die al nippend van hun martini klaarkomen terwijl hun baas hen net hun zevende orgasme van de dag bezorgd heeft, zullen ze straks, na de spinning en het chatten met de vriendinnen, gelukzalig met Flair onder de dons kruipen.

Wat een brol allemaal. Hoeveel zever kan er zo in printvorm verschijnen, mijmer ik terwijl ik de voorbijgaande huizen bekijk. Wonen daar al die vrouwen die Flair lezen?

Misschien ben ik weer aan ’t doordrammen. Flair doet toch niemand kwaad? Die mensen doen toch maar gewoon hun job. Sex sells! Wees niet zo verdomd politiek correct, saaie trut!
En toch. Toch kan ik het niet laten. Ik moet het hem eens vragen.
Tomas Siffer, wordt het niet eens tijd dat jij daar eens uit je pijp komt?
Een man aan het hoofd van een vrouwenblad. Zou dat niet helpen?