dinsdag 30 oktober 2007

Ally

Gisteren was ik mijn surfring kwijt. Nee, dat klopt niet helemaal. Ik was mijn surfring al veel langer kwijt, maar had mezelf toen wijs gemaakt dat ik moest vergeten dat ik die kwijt was, omdat ik die dan terug zou vinden. Snap je? Want als je iets zoekt, dan vind je dat niet, maar als je iets niet zoekt, kom je dat dan onverwacht toch tegen. Tenminste, dat proberen ze mij telkens in mijn kop te prenten als ik –weeer- eens iets kwijt ben. En dan balancerend op een nervous breakdown zodanig aan het zoeken ben dat ik aan niets anders meer kan denken.
Maar dat klopt dus niet die redenering. Want ik was mijn surfring al maanden kwijt, was er eindelijk in geslaagd dat uit mijn kop te krijgen, en toch kwam die maar niet zomaar onverwacht spontaan weer boven water. Waardoor er natuurlijk een redelijke crisis in de lucht begon te hangen op het moment dat het me weer daagde dat ik mijn surfring nog altijd kwijt was.
Mijn surfring is nu ook niet zomaar iets. Die komt wel uit Australië en heb ik bovendien plechtig voor mezelf gekocht na het helemaal alleen ‘riden’ van een ongelooflijke golf (in mijn herinnering althans). Die ring symboliseert dus het surfpact met mezelf. Want net als golven durf ik ook wel eens op en neer te gaan, maar als je in al die moodwings ook de kracht en de ongelooflijke stimulans van golven kan voelen, ben je wel een coole surfchick. Of zoiets.

In ieder geval, ik ben erg gesteld op mijn pacten. En dus ook op die surfring. Die ik dus was kwijtgespeeld. Het kan niet anders dan dat ik een genetische afwijking heb, want er is weinig in mijn leven dat ik nog niet ben kwijtgespeeld. En als er nu een ding is dat me bloednerveus maakt, is dat het niet vinden wat ik weer ergens heb laten rondslingeren. Want een mens zou denken dat hij daar een zintuig voor ontwikkelt, en naarmate het meer verliezen van spulletjes, die steeds gemakkelijker ook terugvindt. Ik daarentegen blijf altijd als een hopeloos kuiken honderd keer dezelfde tas waar veel te veel brol inzit, uitkieperen. Waarbij Jaklien dan meestal sussend na een halfuurtje het item in kwestie in mijn pollen steekt.
Maar niet zo gisterenavond. Gisteren was het niet Jaklien die mijn hebbeding tevoorschijn toverde. Dat heb ik helemaal aan mezelf te danken. Hoewel, ik moet toegeven dat mijn nieuwste vlam ervoor iets tussen zit. Sinds zaterdag Steffi is langsgekomen en we subtiel haar DVDbox van Ally McBeal afhandig hebben kunnen maken, is mijn leven niet meer hetzelfde. Ik ben on-ge-looooof-lijk verslingerd aan Ally. De moves, de face, de funny talk. Oh waw. Gisterenavond hebben we er een marathonneke van een hele reeks afleveringen op nagehouden. En in de aflevering “it’s my party” doet Ally zo’n grappige moves (op muziek die ze enkel hoort in haar hoofd, een bondgenoot!!), dat ik besloten had om even cool op z’n Ally’s ons kot wat ondersteboven te gaan zetten… et voila… daar was ie opeens: mijn surfring. Ally is nu voortaan mijn held, dat begrijp je wel.
Voor diegene die al langer fan waren (wat heb ik al die jaren toch gemist!!!), hierbij even om met een gelukzalige glimlach achterover te leunen terwijl de melodie zo al je in kop duikt: (zien jullie de beelden al voor jullie?? Yeaaaaah)

I've been down this road walkin' the lineThat's painted by prideAnd I have made mistakes in my lifeThat I just can't hide
Oh I believe I am ready for what love has to bringGot myself together, now I'm ready to sing
I've been searchin' my soul tonightI know there's so much more to lifeNow I know I can shine a lightTo find my way back home
One by one, the chains around me unwindEvery day now I feel that I can leave those years behind


Voor de freaks like me, check this out: alle lyrics van liedjes van in Ally McBeal, per seizoen en aflevering !!!! Die muziek .... zaaaaaaaaaaaaaaalig. Vonda rocks!
Ik voel dat er een nieuw marathonneke in de lucht hangt… everyone who feels like joining: sms Ally naar 0476758873!


http://www.geocities.com/merrystar3/season2.htm

zaterdag 27 oktober 2007

Mijn getijden

De getijden. Seizoenen. Herfst, die elk jaar opnieuw zachtjes dwingend – de geur, de kleuren – je hoofd inkruipt.
Halfweg kaal de bomen; korte, frisse zonnestralen – nog even maar.
Dat is het. Het werpt me op mezelf –
Dat “nog even maar”-gevoel van herfst.
(Trekken alle vogels weg als ’t winter wordt?)


Ik mis je het meest als het herfst wordt
(Nochtans net zo min jouw seizoen),
een hang naar toen-
wie ik als kind nog kon zijn;
-Eierkoeken-melancholie-
en weten dat ik
altijd en onvoorwaardelijk jouw lieveling zou zijn.

Nu zovele jaren later
maakt de tijd alleen nog mij zo nu en dan wat kwetsbaar;
maar in mijn onafgemaakt verhaal, in dit seizoen,
ken jij de onrust die woont in mij.

als straks weer zoals het hoort
iedereen de graven opzoekt
kom ik ook nu weer niet langs, dat weet je
bezoek te kijk is niets voor mij.

Ik zie je liever
zoals we met z’n drieën lachend op mijn bureau staan
ik op je schoot en mama erbij.
op je verjaardag, in mei
Mijn melancholie voorbij.

vrijdag 12 oktober 2007

Nobelprijs - deel twee (de mijne)

Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn. 'Ik ga voor geruime tijd op reis', zei hij, 'maar ik weet niet voor hoe lang. Ik neem dus maar zó afscheid dat het ook voor heel lang kan zijn.'
Zij schudden elkaar vijf keer de hand en omhelsden elkaar ook zoals het bij een afscheid voor lange tijd hoort. 'Laat je nog iets van je horen?' vroeg de eekhoorn.
De mier had zich al omgedraaid en riep, terwijl hij langs het bospad liep: 'Ja!' Even later was hij uit het gezicht verdwenen en bleef de eekhoorn alleen achter.
‘Wat zou het voor reis zijn?’ dacht hij. Maar hij wist hoe weinig je kon zeggen van reizen die nog moesten beginnen.
Niet lang daarna ontving de eekhoorn een brief.


Beste Eekhoorn, Ik ben nu volledig op reis. Ik heb je beloofd dat ik iets van mij zou laten horen. Als je straks een uitroepteken leest laat ik iets van mij horen. Lees je goed? Let op!
Op dat moment klonk er een zacht gefluit dat onmiskenbaar het gefluit van de mier was.'Mier!' riep de eekhoorn opgetogen.
Hij draaide de brief om en om, keek tussen alle letters en toen in de envelop en op de grond, maar er was geen spoor van de mier te bekennen. Hij begon opnieuw te lezen, en weer hoorde hij, toen hij het uitroepteken las, hetzelfde zachte gefluit. Als hij lang naar het uitroepteken keek kon hij zelfs een liedje herkennen dat de mier dikwijls floot. Hij deed de brief in de envelop en legde hem op de tafel naast zijn bed.Hij moet heel ver weg zijn, dacht de eekhoorn. Maar hij denkt aan mij! De zon scheen en de eekhoorn ging op de tak voor zijn deur zitten. Maar telkens stond hij op en ging hij naar binnen om de brief opnieuw te lezen, en telkens als hij bij het uitroepteken kwam hoorde hij weer het zachte fluiten van de mier die van ver weg iets van zich liet horen. En telkens schudde de eekhoorn zijn hoofd, glinsterden zijn ogen en dacht hij: ‘mier, mier!’

Toon Tellegen

Doris

Voor het eerst deed het toekennen van de Nobelprijzen me wat. Andere jaren was het meestal een moment om een grote naam van de literatuur te leren kennen, wiens boeken ik uiteindelijk dan toch maar niet dat vond, en op wiens naam ik uiteindelijk dan toch altijd net niet kon opkomen bij quizvragen (dienen turk! dienen duitser! …).

Maar dit jaar krijgt Doris Lessing de Nobelprijs voor literatuur. En Doris Lessing, awel, da’s nu eens een naam die ik me wel zal herinneren. Dat heeft op zich wel wat te maken met Doris zelf, maar veel meer nog met wie, (en waarom en waar) me voor het eerst een boek van haar toestopte.
Dat was Hanne.
Natuurlijk.
Na Erica Young, Patricia De Martelaere en Anja Meulebelt, stopte ze me ‘The Golden Notebook’ in mijn handen. Op een moment toen ik bij haar thuis stond te dralen na alweer veel te veel glazen bubbels en er zich weer een “kuiken”moment voordeed. Zo nu en dan hang ik eens graag de kleine uit als de bozebuitenwereld weer eens veel te lastig lijkt. Op één of andere manier kom ik dan wel eens vaker bij Hanne terecht. Die is handig met kuikens. Laat die even miezeren, schuddert die vervolgens even door elkaar met enkele rake oneliners, om dan na het dertig keer klinken op pacten en het schoon leven, die met wat extra’tjes (zoals the golden notebook) –denk daar maar eens over na- op pad stuurt.
Recommended, die procedure. Al was het maar omdat ik nu allicht één van de weinigen ben van mijn generatie die weet hoe het komt dat die Doris er op 88jarige leeftijd zo verdomd beestig spits en fris voorkomt.

En dat Al Gore de Nobelprijs voor de vrede wint, dat zal ik ook niet snel vergeten. Stommiteiten blijven me immers altijd bij.

Ver Dicht

Zit een beetje voor me uit te staren
En in de stilte van de avond die plots over me valt,
Hoor ik te luide echo’s van mezelf.

Zie ik mezelf staan, vooraan.
Hoor ik mezelf, luid.
Voel ik de opwinding, spanning, drukte
Die ik niet zozeer creëer, maar lijk te incarneren.

Moment-opname Zelf-opname
(daar komt oktober om de hoek)

Zo zal bij het de revue passeren van het vele
praten, hier en daar, en veel, en nog
-kortom een beetje druk mezelf staan wezen;

dan plots het uitcheck-moment.
Want in de wedloop om het liefst overal het dichtst te zijn,
Is vooraan en luid en druk
Achteraf altijd zo’n beetje
Confronterend.

Daarom is het vallen van de bladeren,
Het vallen de avond
Een voedingsbodem om even onder te duiken
(oktober – ook Tito graaft een pijp)
ideaal want
hoe verder weg je soms gaat, hoe dichter je komt.

maandag 1 oktober 2007

Shine


Ik heb het altijd al geweten... maar nu is het officieel bewezen...

De Morgen is de fermste gazet van het heelal.

(Dimi for president!!)