dinsdag 22 december 2009

Remedie

Music for life dag vijf. Ik heb het weer vlaggen. Ik ben verslaafd aan Siska, Sofie en Sam. Aan ‘de vibes’ die dit evenement met zich meebrengt. Het is een beetje alsof je de hele dag tiramisu mag eten. Al luisterend. Zalig vind ik dat. Gewoon omdat het feelgoodradio is en het leuk om horen is hoe mensen massaal mee opgaan in dit hele gebeuren. Al blijft er van het spontane, authentieke gebeuren van die eerste keren niet zoveel overeind. Elk groot bedrijf of merk wil nu gewoon een graantje meepikken van de MFL-hype. Dat begon me te storen toen ik voor de vijfde keer ergens las of hoorde dat Electrabel met groene energie het huis verwarmt. Electrabel groen, my ass. Dat Electrabel zich verbindt aan een goed doel vind ik zwaar hypocriet. Die mogen mee met de Chinezen in het ‘ik verkloot Kopenhagen’ hoekje.
Maar al die mooie nummers. Daan die ‘icon’ komt spelen. Het MFL lied van mijn helden Sarah & Gert. De vele mensen die oprecht hun bijdrage geven. Die drie lekkere, gekke presentatoren (ja, zelfs visoog kan me bekoren deze keer), rosse Linde en Thomas op tour in Vlaanderen. Het heeft zoiets … pakkends. En op zo’n grote schaal, met zoveel rock ’n roll, komt dat nog maar amper voor in ons anders rechtsrukkende Vlaanderen. Vorige week nog zaten er vier heren in mijn treinwagon te foeteren op het feit dat Leterme 700 extra bedden had geregeld voor daklozen, zodat ze in deze vrieskou niet buiten moeten slapen. Dat vond de yup godsgeklaagd. Andere reizigers pikten erop in en braakten eveneens wat rechts gelul uit over de waan van de dag. Ik keek verder rond in mijn wagon en de rest sliep, las zijn krant of had het geluk naar zijn ipod te kunnen luisteren. Ik vond de trein stinken. Dat doet die meestal al, maar het stonk er vooral naar verdorven, afgestompte mensen.
Alleen daarom ben ik mega fan van Music For Life. Remedie tegen cynici. De energie, de positiviteit, de gulheid van mensen. Een goed plaatje, een beetje menselijkheid. De wereld zou een pak minder stinken.

Kine

Hij drinkt geen nespresso en werkt niet in een hospitaal in Seattle. Maar sinds twee weken is er naast George Clooney en McDreamy een nieuwe man die mij van mijn sokken blaast. Hij heeft sterke handen en van die Tom Boonen benen. Als hij me streng toespreekt over mijn labiele pezen en mijn niet bestaande bovendijspieren sta ik meestal wat schaapachtig te grinniken.
Mijn kine is knap. Niet zo ‘uit de boekskes knap’, maar zo ‘jij brengt mij wat van mijn wijs-knap’. Ik moet om mijn knie ‘Patagonië-klaar’ te maken elke dag ‘stabilisatie-oefeningen’ doen van mijn kine. Want ik heb labiele pezen aan mijn knie. Bij uitbreiding hyperelasticiteit van al mijn spieren. Dat heeft hij geconstateerd door ondermeer mijn vingers bijna plat tegen mijn pols te kunnen drukken. Hij fronst de hele tijd zijn rechterwenkbrauw als hij mij ‘diagnosticeert’.
Mij verbaast het allerminst, dat ik labiele pezen heb, maar dat ga ik niet aan zijn neus hangen natuurlijk. Je ligt daar al in je ondergoed en dan moet je daar wat schaarbewegingen allerlei fabriceren. Dat vind ik voor vier afspraakjes op rij best al intiem genoeg met mijn nieuwe man. Maar we kunnen we het dus goed vinden met elkaar. Hij heeft twee dwergkonijnen.
En terwijl hij wat elektronen door mijn minuscus jaagt, vertelt hij sportverhalen. Over squash meestal, maar dat deert me niet. Ik doe nu elke dag braaf mijn oefeningetjes en het staat dus vast: ik word in 2010 één en al stabiliteit.

zondag 6 december 2009

Loesje op zondag

'Soms wil ik de wereld gewoon even snoozen.'

Het venster

Deze keer liep ik niet rond als een kieken zonder kop. Dat verheugde me. Ik had het allemaal voor elkaar. De was hing fris ruikend op het rekje. Er was brood van de natuurbakker. En massa’s ander lekkers. Ik had de vertrouwde Colruyt gelaten voor wat het was en had me naar de Delhaize gewaagd. Diegene die mijn supermarktfobie kennen weten dat dit een mega inspanning is. Bij de Colruyt heb ik eindelijk het niveau gehaald dat het niet vinden van producten (en dus bijna kunnen janken) tot een minimum herleid is en kan ik systematisch die spullen in mijn karretje laden die het fundament vormen van ons wekelijks survivalpakket. In de Delhaize wordt de autist in mij zeer onrustig. Teveel producten, die niet logisch opgedeeld staan of niet de structuur van mijn boodschappenlijstje respecteren. Maar goed. Ik zou een culinair avontuur aangaan en had daarvoor de Delhaize, en meer bepaald currypasta en visolie nodig. Mijn liefi kwam thuis en ik wou mezelf en haar overtreffen. En dus stonden er witte rozen in een vaas, enkele cadeautjes, een flesje bubbels en een Thais dinner op haar te wachten. Niet dat Jak lang was weg geweest. Een dikke week begot. Maar toch. Ik was geen kip zonder kop maar een kwispelende puppy, uitkijkend tot haar speelmaatje terug thuis zou zijn.

Ik had er een leuk weekje op zitten. Als de kat van huis is, is dees muis nog minder thuis. En dus sliep ik zaterdag eerst de voorbije korte nachten van me af, om dan m’n beste huishoudelijke beentje voor te zetten. Er was de klimaatmanifestatie in Brussel waar ik hoorde te zijn. En het is een flauw excuus, maar ik maakte het mezelf gemakkelijk en koos resoluut om in het straks weer samen thuis zijn te investeren.
Het werd al snel donker in de namiddag. Nog even. De lucht kleurde schakeringen donker blauw en oranje en gaf weer die bijzondere gloed aan de wijdsheid waar ik zat in te turen. Ik stond daar aan ons venster, en voelde de warmte van ons huis als een (dek)mantel om me vallen. Ik bedacht hoe mooi ik het zou vinden om ook later, vele jaren later, naar dit venster te kunnen komen, wachtend op haar thuiskomst. En dan ook, zoals nu, Yasmines nummer – venster- op repeat te zetten…


Waarom sta je weer bij het venster, gevangen in schoonheid en trots
De nacht heeft je hart weer verpletterd, de glans in je ogen verstopt
Verloren in lokkende geuren, gewikkeld in vodden van spijt
Of zoekend en zeeziek op golven, verdronken in zeeën van tijd
Oh prachtig lief, onrustig lief
Oh kluwen van lichaam en ziel
Oh schat van hemel, aarde en hel
Je nederlaag is bitter zoet, ik ken ze zo goed

Loop weg van dat eeuwige venster
Er is nog plaats op de maan, de stad licht nu op in de verte
De torens, je ziet ze toch staan.
En leg je niet neer bij je klachten
En laat niemand wachten op jou
Maar duik in je tranen en spring er weer uit
En weet dat ik echt van je hou

Oh prachtig lief, onrustig lief
Oh kluwen van lichaam en ziel
Oh schat van hemel, aarde en hel
Je nederlaag is bitter zoet, ik ken ze zo goed
Dus stap nu maar weg van dat venster
En leg dan je roos op het vuur
De zon zal je kamer verwarmen
Zelf nu op dit nachtelijk uur, want de zegen laat niet op zich wachten
Voor al wie de zegen begrijpt
De beloning voor eenzame nachten
Onthult zich voor wie er naar grijpt

Oh prachtig lief, onrustig lief
Oh kluwen van lichaam en ziel
Oh schat van hemel, aarde en hel
Je nederlaag is bitter zoet, ik ken ze zo goed

http://www.youtube.com/watch?v=AO0Wy35QUF8

Dubbele moraal

Ik vraag me af of het iets is waar veel mensen wel eens mee te kampen krijgen. Dubbele moraal. Tussen wat je luidruchtig op café verkondigt en je er zelf in de praktijk van in huis brengt. Het is iets waar ik deze week mee worstelde.
Deze week was de vakbond niet uit de media te bannen. Ik heb me een beetje zitten ergeren. In eerste instantie aan het veralgemeende beeld dat van dé vakbond in de media weergegeven wordt. Alsof een organisatie van 1.7 miljoen leden in enkele quotes, in enkele krantenkoppen kan gevat worden. Laten we het voordeel van de twijfel aan de media geven. Tenslotte ben ik een media-liefhebber.
Yves Desmet: “vandaag de dag pleiten voor een hogere ontslagvergoeding getuigt van enige wereldvreemdheid. “ En ik vraag me af of hij gelijk heeft. Ik weet maar al te goed dat ik daar niet gegrond over kan oordelen. Ik heb niet voldoende statistische gegevens om te weten wat vandaag de dag het lot is van de vele mensen die door de crisis hun job zijn kwijtgeraakt. Worden zij voldoende opgevangen door ons sociaal systeem? Kan een arbeider in de periode van 56 dagen dat hij uitbetaald wordt voor een alternatief inkomen voor zijn familie voorzien? Misschien wel, misschien niet. Ik weet het niet. Als ik het niet weet, die toch dagdagelijks met socio-economische thema’s geconfronteerd word, hoeveel van mijn vrienden, van mijn leeftijdsgenooten, kunnen dan wel een juiste inschatting maken? Weinig denk ik. Maar tegelijkertijd zullen er allicht bijzonder veel instemmend geknikt hebben op Yves’ betoog. De Morgen lezers dan toch. Zoals ik. Met een universitaire opleiding, een deftig gemiddeld inkomen, bedrijfswagen in de garage en Arnon Grunberg in de boekenkast. En daar zit em al de eerst illusie. De meeste kennissen uit mijn vriendenkring zitten in de zeer comfortabele situatie zich te vertoeven in de kleine toch stevige topje van deftige middenklasser. Als ik even het rijtje afga, kan ik er bijzonder weinig opnoemen die al eens met een pakweg bandwerker gepraat hebben. Nochtans maakt het selecte clubje afgestudeerden pol&soccers, rechten en dergelijke meer maar een 8% van onze werkende bevolking uit. Een kleine nuance dat de meeste van mijn ‘De Morgen lezende kennissen’ meestal over het hoofd zien.
Een eigenschap en meerwaarde die ik altijd de vakbond toegedicht heb. Een massabeweging. Dicht bij de mensen. In staat om veel mensen te bereiken. Te mobiliseren. In te zetten voor de goeie zaak. Maar gebeurt dat altijd en voldoende? Het zijn van die vragen waar we allemaal als het ons werk aangaat allicht wel mee te kampen hebben… soms lijkt het alsof mijn werkgever met twee standaarden werkt, maar meer nog voelt het dat ik zelf met twee maten weeg… en ik raak er niet uit waar ergens in het spectrum ik me bevind… Ik rij zelf meer kilometers met mijn bedrijfswagen dan goed is voor het leefmilieu, ik hou van verre reizen en heb daarmee een voetafdruk die allicht groter is dan mijn schoenmaat… maar tezelfdertijd ben ik blij dat ik een bedrijfsauto heb zodat ik al die kilometers zelf niet moet dokken… hypocriet, ik geef het toe. Ik, die zichzelf een groen profiel aanmeet, ben meer gehecht aan mijn auto dan mijn N-VA-stemmende vriend die wel met de trein naar het werk gaat…
Bayer. Vakbond houdt halsstarrig vast aan 33urenweek. En verworvenheden waar 95% van de Belgische werknemers alleen maar van kunnen dromen. De directie vraagt voor enige toegeeflijkheid en zaken zoals een 36uren week in ruil voor 5 jaar werkzekerheid. De vakbonden lijken dit te weigeren. Ik zie de tv-reportage, ik hoor de getuigenissen. En ik denk: miljaar, wat een indruk maken we hier weer. Hetzelfde maagkrimpende effect als wanneer de treinbonden besluiten een staking te organiseren, overvalt me. Maar kennen wij het hele plaatje, alle feiten, achtergrond? Ik denk sneller in zwart-wit dan de realiteit de kans te geven het juistere, complexe kleurenpalet van ‘grijs’, -als in de waarheid schuilt ergens middenin- weer te geven.
Misschien projecteer ik de ontgoocheling in mezelf op mijn organisatie. Verdoezel ik mijn eigen tekortkomen, mijn eigen wentelen in verworvenheden en vaak inconsequent handelen tegen mijn principes in, door kwaad te zijn op iets of iemand anders. Wit of zwart, iedereen worstelt er wel eens mee. Maar af en toe moeten we ook eens tot op het bot durven gaan. Je zaakjes op een rijtje zetten, daar lijkt december wel een patent op te hebben. Ik zal nog eens een poging wagen, ik heb de komende maanden wel wat tijd... Mezelf eens in de schaal leggen. En kijken waar het wijzertje naar richt. Wegwijzers zoeken in het buitenland leidt vaak ook tot innerlijke (her)oriëntatie. En ook al zijn we dan beiden slecht in kaart lezen. Door samen in hetzelfde schuitje te zitten, varen we altijd op één of andere manier, op koers…