“Je stukjes op je blog hebben niet echt een pointe. Vroeger hadden je stukjes dat wel”, zegt ze tussen de boterham met kaas en confituur door. Ik kijk even op van mijn mok koffie, vragende blik. Maar Jaks is ondertussen al weer in de krant verdiept. “Leterme is toch een lul”, vervolgt ze. “Met of zonder pointe?”, vraag ik. Ze lacht, ik heb haar aandacht weer. “Als jij maar vuile praat kan verkopen.”
Ontbijttafereel in Kessel-Lo. Praten over stukjes schrijven, vroeger en nu.
Vakantie is… tijd voor ontbijttaferelen.
Nog twee dagen en dan vertrekken we naar “het koninkrijk van een miljoen olifanten” dixit de Lao. Laos is het dunstbevolkte land van Azië, met slechts 5.8 miljoen inwoners, maar wel 68 verschillende bevolkingsgroepen. Het wordt mijn eerste keer Azië, ik kijk er ontzettend naar uit. Naar het schijnt waart Boeddha daar nog rond. Een olijke dikkerd met chill als middle name. Na het racetempo waarin de eerste helft van 2007 zich afgespeeld heeft, zie ik die boeddha wel zitten. Jaklien precies ook, want ik vind op haar bureau het boek “Zen, en de kunst van het motoronderhoud”. Het kan aan mij liggen, maar ik vind die titel redelijk verontrustend. Motoronderhoud? Ik neem me voor niet te veel vragen te stellen. En leg voor mezelf mijn pocket “yoga voor beginners” nog eens klaar. Sinds ik dat boekje drie jaar geleden kocht, ben ik toch al aan de volle eerste vijf pagina’s geraakt. Als de moesson daar in Laos lelijk gaat huishouden, zoals worldweathernews mij onheilspellend meedeelt, zal ik tenminste vanonder een bamboorieten dakje de zonnegroet feilloos kunnen brengen. Dat is nu eens wat ik noem een deftige reisvoorbereiding.
Ik ben altijd bijzonder in mijn nopjes als ik aan reisvoorbereiding kan doen. Liefst van al begin ik weken op voorhand. En leg ik zo ongeveer alles van mijn persoonlijke spullen bij elkaar om dan te gaan schiften. Nee, tennissen gaan we niet doen in Laos. Gitaar, don’t even think about it. En drie paar zonnenbrillen is erover. Mijn verdere voorbereiding spitst zich vooral toe op a) welke boeken neem ik mee b) welke muziek zet ik op mijn i-pod c) mezelf een limiet opleggen in aantal t-shirtjes die meemogen d) allergiepillekes inslaan en e) de mama nog eens bellen. Met die top 5 haal ik het wel. Dacht ik altijd. Want wat lees ik net in de reisgids? “Malaria is de meest gevreesde ziekte voor reizigers naar Laos. Specialisten omschrijven de Laotiaanse malaria als een van de taaiste ter wereld: hij is resistent tegen de in omloop zijnde antimalariamiddelen en vaak zelfs tegen intraveneuze kinine. Neem zoveel mogelijk voorzorgen. Een doeltreffend middel is deet en uiteraard neem je een muggennet mee.” Uiteraard neem je een muggennet mee. D’Oh!
Jaklien, die er een heel andere soort reisvoorbereiding op nahoudt,
stuurde mij gisteren ’t stad in om een muggennet te gaan kopen, maar onderweg naar de AS, passeerde ik de Fnac, belandde daar op de boekenafdeling, herinner me aan m’n zelfopgelegde maandelijkse Fnacbudgetlimiet en wandel mijmerend of Harry nu al dan niet gaat sterven terug naar huis –zonder muggennet. En vandaag is het onze aller Belgische feestdag, en zijn de winkels dicht. En dus vertrekt bibi én zonder Harry Potterboek, én zonder muggennet naar Laos. Of hier een pointe in zit? Ik weet het niet, maar liefde is ook: niet altijd een pointe moeten hebben. En een éénpersoonsmuggennet delen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten