zondag 3 januari 2010

Reten en spleten

“Ik ga mijn reten vullen”, zei ze. Ik hoorde de zin nog eens door mijn hoofd gaan en besloot dat ik extra verduidelijking nodig had. “Hoe bedoel je?”, probeerde ik onbevooroordeeld te vragen. “Met mijn nieuw pistool”, vervolgde ze en ze stak haar neus omhoog als teken dat de conversatie ten einde was. Die was begonnen bij het afruimen van de ontbijttafel toen ik vroeg: en wat gaan we doen op deze voorlaatste dag van het jaar?
We zijn thuis een beetje aan het klussen en ik verbaas me elke dag over de wondere wereld van de opknap terminologie. Ik moet toegeven dat ik enige achterstand had, want vorig jaar dacht ik bij ‘gyproc’ nog spontaan aan één of andere Grieks vlees associatie. Ik leer dus elke dag bij.
Maar bij ‘reten’ ging er toch wel een mentaal knipperlicht af. Ik had wel een licht vermoeden dat Jak met haar isolatiespuitend pistool de spleten tussen de plintjes en de muren wou dichten. Maar principieel vind ik dat je een spleet geen reet noemt. Het kan goed zijn dat in Limburg het de gewoonste zaak van de wereld is om een gaatje of kloven tussen stenen reten te noemen, maar dat is geen referentie. Reet is een plat woord voor gat (aka bilspleet) en staat bovenaan mijn lijst van lelijke woorden. En dus heb ik een veto gesteld op het gebruik van 'reten vullen'. Eerder al hebben andere Limburgse taalfolliekes als poetsen (een normaal mens zegt kuisen) en neusdoek (zakdoek is al erg genoeg) het ook al moeten ontgelden. En daar is dus reet aan toegevoegd. Blij dat dit taalgedrocht ook nog even zo op de valreep in 2009 uit de wereld geholpen is! Leve de spleten!

Geen opmerkingen: